19 oktober 2015

29 september

Na weer een heerlijk nachtrust worden we uitgerust en vol energie wakker. Wat is het leven hier heerlijk. Geen internet, telefoonverbinding haast onmogelijk, fazanten, koeien, kippen, cavia's, geiten, eenden, vogels, varkens, de natuur is helemaal compleet hier.

Als we ons huis uitlopen zien we de deur al openstaan van het grote huis. Er komt ons een zoete en rokerige geur tegemoet. Naast het brood heeft Stefano ook voor ons een stapel frittelle di castagne gemaakt. Heerlijke kleine pannenkoekjes van kastanjemeel. Zo zoet, zo kruidig, zo verslavend lekker. Stefano verzekert me dat er niets meer in zit dan kastanjemeel, water en zout. Dit moet je als luie toerist niet teveel eten...
Vandaag staat Modena op het programma. We komen er zo rond 12.30 uur aan. Dat de rit zo lang geduurd heeft, komt vooral door mijn tom tom. Ik kan een ieder namelijk verzekeren dat je in Emilia-Romagna niet te strikt de adviezen van de tom tom moet opvolgen. Blijf op de gewone weg, volg de borden en verlaat de doorgaande weg niet. Hoe goed de weg er ook aan het begin uitziet! Gelukkig door de hulp van een lieve boer zijn we niet in de problemen geraakt maar dat hield wel in dat de rit lang heeft geduurd.

Extra hongerig komen we dus aan in deze stad en gaan snel op zoek gegaan naar trattoria Aldina. Een klein eetlokaal op de eerste verdieping van een gebouw recht tegenover de mercato coperto. Het is er een drukte van belang, studenten, zakenlui, een enkele toerist, je ziet hier alles. Gelukkig gaat er net iemand weg en krijgen wij een tafeltje. De serveerster ratelt het menu op en wij kiezen wat uit. Zo hebben we rauwe tartaar van paard met een rauw ei, polpettini di piselli met luchtige aardappelpuree, een salade, spinazie, chocoladetaart en fruit en uiteraard een lambrusco. Het eten is simpel maar smakelijk. Vooral de gehaktballetjes zijn heerlijk, licht gekruid gehakt, mortadella, doperwten, een top combinatie.
Na de pranzo lopen we door de stad maar met gemengde gevoelens. Waarom ga je in een stad lopen als je de mooie rust en natuur zo om je heen hebt. Daarom besluiten we al snel naar Stefano en oma terug te keren en daar een heerlijke wandeling te gaan maken. Gelukkig verloopt de terugrit voorspoedig en genieten we van de "colline di Monteombraro".
 

De buikjes knorren alweer als we aan tafel gaan. Oma heeft vanavond een heerlijke minestra voor ons gemaakt. Stukjes tagliatelle van brandnetel met allerlei groenten uit de tuin. Hiervoor loopt, schuifelt,  ze elke dag een 20 minuten de heuvel af en uiteraard vol beladen weer omhoog. Maar ze geniet er vol op van. Haar ogen twinkelen en haar hele lichaam straalt geluk uit. Wat een vrouw!
Daarna heeft Stefano zich uitgesloofd voor ons. We krijgen courgettebloemen als een salade, tartar di Vacca Bianca, ricotta en een perfect gekookt eitje. Nog wat groenten en salumi erbij en wij zijn in de zevende hemel. Of komt het door de lekkere lambrusco waarvan we zo graag nippen?

Ook nu weer komt Stefano even een praatje maken tezamen met een schaaltje vers gepofte kastanjes. Hij vertelt graag over zijn " koeien", zijn harde werk. Ook laat hij graag zijn mening horen over de rest van de wereld. Niet voor iedereen even fijn. Maar ik kan zijn rechtlijnigheid, starheid wel begrijpen maar de meerderheid helaas niet vernemen we later. Jammer voor zo een hardwerkende liefdevolle man, topkok en boer.

28 september

De eerste nacht is wat onwennig geweest, de stilte is zo ongelooflijk. Ook merken we al snel dat de temperatuur hier goed afkoelt 's nachts en dat de kamer nu niet echt is voorzien van de laatste moderne verwarmingsinstallaties en of isolatie. Dus zodra we van onder de dekens komen, rennen we naar de douche en kleden ons snel aan. Gelukkig hebben we de waterkoker bij ons en maken we snel wat warme thee. Daar zitten we dan, twee bibberende stadse dames. Om 9 uur worden we bij het ontbijt verwacht. Vers brood, warme melk, jam, thee, peren en verse boter. Wat heeft een mens nog meer nodig.

Bij het ontbijt besluiten we dat we gaan lunchen in Nonantola en dus rijden we in die richting. Onderweg doen we meerdere schitterende plaatsen en kerken aan. Zo bezoeken we Chiesa di S. Appollinare, het dorpje Castello di Serravalle en het plaatsje Nonantola.



De ochtend sluiten we af bij osteria di Rubbiara, osteria van Acetaia Pedroni. Een familie die al sinds 1862 azijn maakt. Buiten de verschillende aceto balsamico's maken ze ook wijnen. Waarbij uiteraard de Trebbiano di Spagna favoriet is. De eigenaar Italo Pedroni is nu niet de meest hartelijke persoonlijkheid maar gelukkig zijn de twee andere medewerkers dit wel. Al direct bij binnenkomst moeten we onze telefoons in een kluisje doen waar we zelf de sleutel van bij ons mogen houden. Dus geen foto's en ook geen zenuwachtige mensen die weglopen van tafel voor een telefoongesprek.
Een menukaart hebben ze bij di Rubbiara niet en je bent verplicht een compleet menu te eten. Die uiteraard in het teken staat van aceto balsamico di Modena. We beginnen de eerste pranzo van de vakantie met een lekker glas Lambrusco di Sobara waar al snel het eerste gerecht bij geserveerd wordt. Dat is tortellini gevuld met ricotta en spinazie waarover een twaalf jaar oude aceto balsamico wordt gedruppeld. Daarna komt er straccetti (ongelijke stukjes lasagne vellen) met een ragu saus. Hier geen aceto maar wel een fluweelzachte smaak van pasta. Benieuwd hoeveel eieren ze hiervoor gebruikt hebben, in iedergeval geen 1 per 100 gram meel.
Dan komt er een bord met een stukje frittata wederom bedruppeld met 12 jaar op eik en kastanje hout gerijpte aceto, enkele in azijn gegaarde uitjes, costini di maiale (varkensribbetjes) en een stuk pollo al vermentino. Het menu wordt afgesloten met vanille ijs bedruppeld met 25 jaar oude aceto balsamico en uiteraard een espresso.
Met een volle buik verlaten we de osteria. Heerlijk gegeten maar je merkt wel dat aceto balsamico big business is en of dat helemaal terecht is....
Nog wel een kijkje genomen in de acetaia maar ook hier weer is de telefoon een verboden item.
 




We hebben de hele middag nog voor ons liggen en rijden daarom door naar de plaatsjes Spilamberto en Guiglia waar we een kijkje nemen bij Castello di Guiglia.

Op de terugweg naar Stefano brengen we nog een bezoekje aan Azienda Sgarabattola. Op deze azienda verbouwen ze biologische farro en andere antieke graansoorten, denk hierbij aan grano marzotto en bolero. Mariassunta Lucchi en haar man Maurizio Benini verkopen de granen en meel in hun kleine winkeltje aan huis. In het weekend maken ze ook nog vers brood en koekjes die gretig aftrek vinden onder de bewoners van de omliggende plaatsjes. Dat de bewoners daar een eindje voor moeten rijden op een niet te beste weg maakt ze niets uit. Voor goede kwaliteit en smaak doe je bijna alles, toch? De dochter des huizes laat ons iets van de omliggende graanvelden zien en neemt ons mee naar de werkplaats en vertelt trots over het vele werk dat vooral haar moeder verzet. Uiteraard ga ik weg met wat farro en zakken meel

Thuisgekomen kunnen we al weer snel aanschuiven voor de cena. Dit keer is er volop gefrituurd en staat het huis blank van de rook. We krijgen gnocco fritto (gefrituurde broodjes), tagliatelle met ragu, verse ricotta, formaggio fresco en stagionato,  tomatensalade en een groene salade. Allemaal even puur en allemaal even overheerlijk. Vooral de kazen zijn een kleine mysterie. Allen worden ze in de keuken door Stefano zelf gemaakt. Je proeft de kwaliteit van de melk, de kruiden, de bloemen, je proeft het veld waar de koeien op hebben mogen grazen. Dit is wat echt eten is!

     






26 en 27 september op naar Emilia-Romagna


Na mijn vader de nodige afscheidsknuffels en kussen gegeven te hebben vertrekken mijn moeder en ik op weg naar Italië. De reis ging voorspoedig en tegen half vijf checken we in bij ons hotel in Weil am Rhein, Ott's Hotel genaamd. Complimenten overigens voor enkele Duitse raststätten. We hebben daar heerlijk bij Lavazza shops kunnen genieten van goede espressi en tevens van een smakelijke lunch met een uitgebreide antipasti schotel. Prima begin van deze vakantie.

Het hotel ligt midden in het centrum en biedt daarom genoeg gelegenheid om even een kleine wandeling te maken. Het wandelen maar vooral het rijden heeft ons hongerig gemaakt, dus wel gaan op tijd aan tafel. Buiten het goede eten heeft dit hotel ook vele lokale wijnen en dus kwam er een mooie rode wijn uit Wittlingen op tafel. Na nog een lokale perensnaps kropen we moe en voldaan in bed en konden we de volgende ochtend, na een heerlijk ontbijt, vertrekken na het einddoel; Zocca!

Ook deze reis ging redelijk voorspoedig, al was het vinden van een " pranzo" adres nog een heel probleem. Gelukkig tegen 13.30 uur kwamen we een autogrill tegen waar ze niet alleen burgers of broodjes serveerden en konden we een goede vers gemaakte maaltijdsalade eten.

Na de nodige heuvels op en neer en na wat mensen de weg gevraagd te hebben, vonden we eindelijk het adres van Stefano Fogacci in Zocca. Agriturismo Tizzano is niet te vinden in Zocca zelf maar in een klein buurtschapje genaamd Monteombraro, ver weg van de bewoonde wereld.
Wat een rust, wat een fantastische boerderij en wat een warm welkom. Moe van het kastanje oogsten laat Stefano ons de kamer zien en bied direct daarbij zijn excuses aan. Het was tenslotte een boerderij en geen luxe slaapplek. Wij laten hem weten juist daarvoor gekozen te hebben en dat doet hem stralen van trots. Snel brengen we de koffers naar de kamer om daarna al even een kleine wandeling te maken rond de boerderij. De rust doet haast zeer aan onze oren en het uitzicht maakt ons ook nog eens sprakeloos. Hier houden we het wel vol.



Om 20.00 uur worden we verwacht bij het diner. Dit is in het "grote huis" en bij binnenkomst staat er een welkomstcomité voor ons klaar. We maken kennis met de moeder van Stefano (87 jaar) en Asiz, sinds 8 jaar de trouwe hulp. Stefano is druk in de keuken ons eten aan het bereiden en dus laat oma ons de tafel zien en schenkt ons water en wijn in. We voelen ons direct thuis. Niets geen luxe alleen maar warmte en heerlijke geuren uit de keuken.
Dat "niets geen luxe" kunnen we echter niet zeggen over het eten. Wat een lekkers wordt aan ons voorgeschoteld.
We beginnen met een lasagne di verdure. Gemaakt van dunne crespelle, aubergine, courgette en een dikke bechamelsaus. Uiteraard met alle producten van de eigen boerderij. Vooral de bechamel is verrukkelijk maar wat wil je met melk van de Vacca Bianca Modenese. En laat dit nu juist de reden zijn waarom we op deze boerderij zijn. Stefano Fogacci is namelijk nog maar een van de weinige boeren die deze witte koe heeft. Maar daarover in een later post meer.
Na de lasagne krijgen we insalate caprese. Niet met mozzarella van de buffel maar met zelfgemaakte mozzarella van de Vacca Bianca Modenese.
Het feest gaat nog door dit  keer met plakjes dungesneden vlees van een 4 jaar oude stier. Wat een smaak, wat een diepte, waar zijn we terecht gekomen....
Klaar is Stefano nog niet. We krijgen nu nog courgettes en  de bloemen in een mooi dun laagje gefrituurd. En daar kan ik natuurlijk weer niet vanaf blijven.
De maaltijd eindigt met een mokka koffie en met Stefano voor een goed gesprek. Al na 5 minuten merk je dat hij het zwaar heeft. Het werken, de financiën alles is een zware last. Toch zie je ook dat hij geniet van wat hij doet en dat hij alles vol overgave doet. En dat overwint alles. Mooi dat wij daar voor een week getuigen van mogen zijn.

18 augustus 2015

Estate in een potje

Het is alweer een tijdje geleden dat ik hier te vinden was. Maar wat is nieuw. Continuïteit is ver te zoeken bij "slakje op reis". En ik kan nu al vertellen dat dit ongetwijfeld zal blijven. Maar vandaag had ik zin om wat op te schrijven. En nogmaals, ik ben geen schrijfster en vind het gewoon leuk mijn passie met het internet en wie weet met jou te delen. Uiteraard zou ik het leuk vinden als je die passie deelt. Zeker ook als je misschien iets of iemand gaat bezoeken of wat gaat maken van waarover ik schrijf.
De afgelopen weken waren zwaar. Na 25 jaar ziekenhuis in ziekenhuis uit, bezoek aan therapeuten, alternatieven genezers, hoop, teleurstelling, slecht nieuws gesprekken en wat nog meer, was mijn emmer vol. Maar gelukkig heb ik met hulp van een internist snel een plekje kunnen krijgen bij de pijnrevalidatie afdeling van Reade. En daar loop ik nu sinds drie weken. En nu al kan ik zeggen dat het drie mooie weken zijn. Het is zwaar, loodzwaar zelfs. De afgelopen 25 jaar worden weer intensief beleeft en dat is niet echt een hele fijne ervaring. Maar ik weet dat dit het keerpunt zal zijn in mijn leven, ach en 40 jaar is dan toch een mooie leeftijd. Ik ga leren om "te leven" in plaats van al die jaren "te overleven" en vooral te " accepteren" hoe moeilijk dat ook is.
Zo en nu genoeg daarover, want aan zelfmedelijden en of het slachtoffer spelen, daar is nog nooit iemand beter van geworden. Waar ik in iedergeval wel een beter gevoel van krijg dat is Italië. En om specifieker te zijn, al het lekkers uit Italië. Nee, niet de Italiaanse mannen, of het moeten leuke boeren of producenten zijn natuurlijk. Het zijn de Italiaanse lekkernijen die mijn hart sneller doen laten kloppen.


Maar helaas, ik woon in Amsterdam. Toch zijn hier gelukkig een paar goede winkels waar ik terecht kan. Denk alleen al aan Casa del Gusto en hun salumi en formaggio, perfect. En dan Van Raalten import waar ik onder andere de diverse en uitstekende kwaliteit melen van Mulino Marino kan krijgen. Denk alleen al aan enkir of khorasan (kamut). Vooral brood met enkir is zo smaakvol.


Ook met de restaurants heb ik niets te klagen in de hoofdstad. Uiteraard is Pianeta Terra absoluut mijn favoriet. Maar ook met de Nederlandse producten kan ik best een lekker Italiaans getint maaltje op tafel zetten. Al zou ik toch echt liever kleine romanesco of genovese courgettes eten dan de grote exemplaren die hier bij de boer te krijgen zijn. Helaas ook geen violetta di Firenze of lunga aubergines maar vaak net te groot gegroeide black beauty's. En bij de Goede Vissers kan ik ook niet zo snel octopus, geelstaart of schorpioenvis krijgen.


Toch zijn de exemplaren die ik van de boeren of de vissers koop wel vers, lokaal en zeker ook goed van smaak. En dat is tegenwoordig al een groot goed. Met zorgboerderijen, boerenmarkten en de hofwebwinkel in de buurt kom ik zeker genoeg lekkers tegen om ook mee te willen nemen naar een volgende seizoen. Want wat is een Italiaans aangeklede tafel nu zonder een antipasti met ingemaakte groenten of een winterstoofschotel zonder passata di pomodori. En dan laat ik een dessert met vruchten op siroop of op grappa nog achterwege. De zomer gaat dan ook altijd mee naar de herfst en winter. Het was de laatste weken dus aanpoten in mijn keukentje. De inmaakpotten kwamen weer te voorschijn, de weckketel werd gevuld en de dehydrator mocht weer uurtjes draaien. En wat is nu een betere afleiding dan hier mee bezig te zijn. Ik moest mezelf dan ook vaak genoeg inhouden om niet te veel te maken. Zo is er marmellata di ciliegie, di pesche en pistacchio, albicocche e mele, ribes en peperoni gemaakt. Liquore di ciliegie en gedroogd werden ciliegie, zucchini en pomodori. Maar ook vonden de ciliegie, albicocche en pesche een fijn heenkomen in "allo sciroppo. Niet alles wat meegaat is zoet want ook is er cavolfiore sott'olio en sott'aceto gemaakt. Zucchini, melanzane sott'olio, peperoni sott'aceto, peperoni agrodolce, finocchi al limone en peperoni rossi e cipolle rosse sott'olio. De tomaat is verdwenen in passata, secco, sotto'olio, sotto acqua en in secco. Ongewtijfeld ben ik nog wat vergeten o ja mijn pikante vriend de rode peper. Die wordt bewaard onder olie, in een crème en gedroogd. Warm blijven we deze winter hier wel mee.


Mijn favorieten zijn de rosolio de erbe, een siciliaanse likeur met onder andere alcohol, mint en basilicum. Koud is dit een overheerlijke digestief.


En de andere favoriet is carote in agrodolce die je echt een keer moet maken. En dan hoef je hem geen eens in een potje te doen want direct opeten is ook heerlijk. Je hebt hier voor nodig:
- kilo wortelen, liefs jonge bospeen
- 25 gram pijnboompitten
- 50 gram rozijnen, geweekt in wijn
- 2 a 3 eetlepels ganzenvet, maar boter kan ook
- witte wijnazijn
- 2 eetlepels olie
- zout
De wortelen schil je en snijd je in ronde dunne plakjes. Deze bak je op zeer laag vuur in de olie met het ganzenvet (of boter) en wat zout halfgaar. Vervolgens voeg je de uitgelekte rozijnen en pijnboompitten toe en laat alles in de pan, zonder deksel, bijna beetgaar worden. Tenslotte voeg je azijn toe en laat de wortelen nu echt beetgaar worden. Dan in de gesteriliseerde potjes doen en nog ongeveer 20 minuten op 85 graden laten wecken. (mijn foto's waren te donker dus even eentje uit mijn receptenboek genomen)


Toch hoop ik nog lang van de zomer te kunnen genieten en de potjes nog even dicht te laten. De zomerzon wil ik nu nog liever vers op mijn bord te krijgen. Al heb ik vandaag eerder zin in polenta met stoofvlees!






4 juni 2015

Cece, een allemansvriend

Cicer Arietinum, cece of kikkererwt. Ik vind de naam voor deze peulvrucht werkelijk in elke taal even mooi. Waar ze vandaan komen is niet helemaal duidelijk maar dat we aan het Oosten moeten denken dat staat vast. Op dit moment strijden het noorden van Iran en het zuidoosten van Turkije om de eer. In iedergeval is de kikkererwt de eerste peulvrucht die in het nu huidige Italië verspreid werd. De Romeinen waren er zo dol op dat er zelfs een familienaam na is vernoemd " Cicero". Met recht mag je dat een culinaire familie noemen.
De cece voelt zich thuis in verschillende omstandigheden en past zich gemakkelijk aan. Toch heeft een warm en droog klimaat de voorkeur. De crèmekleurige erwt heeft een hoge voedingswaarde en is, verexcuseer me voor het woord, een ware superfood. Ze kunnen vers of gedroogd (na het weken) gegeten worden.
In Italië groeien er vele rassen voornamelijk die van het soort kabuli, dat wil zeggen de rassen met de grote zaden. Zo heb je er de cece abruzzese, cece del solo dritto di Valentano (Viterbo), ceci laziali, cece di Merella (Novi Ligure), cece siciliano, cece di Grosseto, cece di Orco Feglino (Savona), cece piccolo del Valdarno, cece nostrale (Toscana) en het smakelijke buitenbeentje de cece nero della Murgia (zwart van kleur, Puglia).
 
De erwt is in diverse vormen te koop. Gedoogd, vers, blik of meel. Van kikkererwten meel worden er de meest fantastische traditionele gerechten gemaakt. Denk hierbij aan de farinata of panelle. Als ik het alleen daarbij houd, doe ik farina di ceci tekort. Dus in de toekomst meer over dit veelzijdige meel.
Maar ook met de kikkererwt kun je alle kanten op. Van Noord tot Zuid, elke Italiaan weet er wel een smakelijk gerecht mee te maken. En dan variëren die gerechten ook nog eens van zoet tot hartig. Deze erwt is echt een allemansvriend. Zo heb je er diverse soepen mee bijvoorbeeld zuppa di ceci del solo dritto. Soep met kikkererwten en tomaat uit Lazio. Uit Siena komt zuppa di ceci e farro en uit de Abruzzo komt zuppa di ceci con castagne.
Dan is er nog zemin di ceci uit Liguria. Een dikke soep met buiten de erwt een legio aan groenten, van pompoen tot snijbiet, van aardappel tot prei. En dan vergeet ik de zwoerd en varkensribbetjes.
Uit Liguria komt ook de mes-ciùa. Wederom een dikke soep maar dan met meerdere peulvruchten en spelt of tarwe. Het is een soep dat "mengsel" betekent. En is ontstaan in tijden van armoede toen de vrouwen op de kade de achtergebleven bonen en granen zochten die de schepen bij laden en lossen hadden verloren. Zo kon ze haar gezin toch een voedzame maaltijd voorzetten.

De cece is zo geliefd dat het zelfs een ingrediënt is in soepen die ter eren van een speciale gelegenheid worden gemaakt. Zo gebruiken ze op Sicilia de erwt op 18 maart in macco di San Giuseppe. Met een soep bestaande uit allerlei gedroogde peulvruchten, wilde venkel, bernagie (komkommerkruid), tomaat en ui betonen ze hun eer aan de heilige. In de Monferrato en Langhe regio (Piemonte) maken ze op Allerzielen de soep cisrà en door deze te eten eren ze de doden. De geweekte cece worden gekookt met salie, knoflook en zwoerd. Als deze gaar is, wordt er peper op gestrooid en schenkt men er olie, in een vorm van een kruis, over.
Zelf heb ik ooit ook een "Allerzielen" soep mogen eten. Alleen was dit niet op 2 november maar in oktober. Het was in Milaan bij l'osteria del Treno. Daar maken ze namelijk ceci con la tempi di maiale. Ze koken eerst het kopvlees van een varken voor. Als dat ongeveer een halfuur is voorgekookt voegen ze het vlees toe aan een pan met soepgroenten en varkensribbetjes. Dit laten ze wederom een klein uurtje pruttelen. Tenslotte voegen ze nog, met salie en of rozemarijn, voorgekookte kikkererwten toe en laten het nog een half uurtje verder garen. Ze halen het vlees uit de pan en serveren dit als tweede gang. De soep is intussen een dikke brij geworden en deze kreeg ik als eerste gang te eten. Uiteraard op smaak gebracht met een goede scheut olie. Wat was ik blij dat ik nog bij de levende hoorde en van deze soep kon genieten.

Zoals ik al eerder aangaf, worden de cece ook gebruikt in zoetigheden. In Basilicata gebruiken ze de erwt in de, in olie gefrituurde, deegpakketjes calzone di castagne. De vulling bestaat uit een puree van kastanjes en kikkererwten, wat cacao, kaneel, suiker en de likeur maraschino. In Calabria maken ze ook zulke dergelijke pakketjes. Alleen dan worden die in boter gebakken en bestaat de vulling uit een puree van kikkererwten, honing, likeur, kruidnagel, kaneel en citroenzest. Ze heten cicirata.
Tenslotte wil ik het nog hebben over cece di Cicerale. Een kikkererwt uit het stadje Cicerale in het gebied van de Cilento (Campania-Salerno). In 2012 op de Salone del Gusto heb ik daar de vriendelijke Anna Mele van casale Denazzano ontmoet. Zij is nog een van de weinige producenten van deze bijzondere kikkererwt. Zij vertelden me dat wat ooit de belangrijkste bron van inkomsten en zelfs van voedingsstof (eiwit) was, tegenwoordig nog maar geteeld wordt door een aantal boeren. Tegenwoordig samengebracht in een soort van coöperatie Ciceralit. De reden van deze achteruitgang in de productie is dat het arbeidsintensieve oogst is. Als de zaden aan de struik volgroeid zijn, laten de telers ze hangend drogen. Als ze eind juli volkomen droog zijn, dan komen de juten zakken te voorschijn. Deze worden om de struiken gedaan en met grote houten stokken slaan ze op de struik zodat de zaden vallen. Maar uiteraard valt er niet alleen zaad, ook andere takjes en bladeren komen naar beneden. Alles wordt dan vervolgens op de grond handmatig uitgezocht. Uiteraard vroeg ik haar waarom er dan geen machines ingezet worden zoals dat tegenwoordig meer gedaan wordt bij peulvruchten. Anna vertelde me dat het ruwe terrein en de geringe hoogte van de struik, het voor machines onmogelijk is het werk te doen. En misschien de belangrijkste van deze oogstwijze is, dat ze de traditie van de handmatige cece oogst in eren willen houden. Tenslotte staat er een kikkererwt in het wapen van de stad Cicerale en gaat er sinds de Middeleeuwen al de spreuk rond "terra quae cicero alit" (het land wat de kikkererwt voedt). Als dat geen goede reden is, vindt Anna. Maar zoals trotse Italianen doen, hechten ze er ook culinaire waarde aan. Ze zijn namelijk iets kleiner van formaat, goudkleurig met lichte bruine tinten en hebben een intense smaak. Bij het proeven kon ik dat zeker beamen al vond ik het verhaal misschien nog wel interessanter. 
Uiteraard vroeg ik ook Anna naar haar favoriete gerecht met de cece di Cicerale. Zij vond dat ze het best tot zijn recht kwamen in Lagane e ceci. Een typische soep van pasta en bonen uit het Zuiden van Italië. De oorspronkelijke naam van de pasta is làina of làane en dit is een soort korte tagliatelle van ongeveer 3 bij 10 cm lang. Je maakt ze ook gewoon van het standaard verse eierpasta recept (100 gram bloem met 1 ei) net zoals je dit bij verse tagliatelle doet. De kikkererwten zet je op en als ze bijna gaar zijn voeg je pasta toe en wat teentje knoflook gebakken in de olie met wat paprikapoeder. Pasta klaar betekent opdienen! Voor 4 personen heb je circa 200 gram bloem, 2 eieren, 165 gram kikkererwten en twee knoflookteentjes nodig. Cucina povere blijft simpel en smakelijk.
Toevallig heb ik gisteren ook weer heerlijk cece gegeten. Een puree van de boon onder een vis, vind ik namelijk echt heerlijk. Zo had ik dit keer  inktvisjes gevuld met gebakken blokjes courgette en tomaat. Op zo'n geel bedje met nog wat gebakken aubergine is dan misschien niet cucina povere maar wel erg lekker.





29 mei 2015

25 Mei Marsala

Het is alweer de laatste dag dat we wat kunnen ondernemen. En dat we wat bijzonders gaan ondernemen dat weten we eigenlijk al. Want het staat vast dat we weer heerlijk gaan eten bij Le Lumie en we hebben daarna ook nog een wijnproeverij bij een van de grootste wijnmakers van Italië. Een dag die in mijn geschiedenisboek gaat komen. Om dat we de stad Marsala deze vakantie nog niet bezocht hebben, beginnen we daarmee. We bekijken de mooie oude binnenstad en brengen een bezoekje aan de Antico Mercato. De visvangst is niet grootst maar vers is deze wel. Wat benijd ik toch al deze mensen die dagelijks zulke mooie producten mogen en kunnen kopen. Maar klagen doe ik zeker niet, tenslotte wie kan en mag zo genieten van alles wat ik deze week doe? Een geluksvogel, dat ben ik.
Na rondgedwaald te hebben in de stad en gekeken te hebben bij enkele archeologische opgravingen, begeven wij ons naar de auto. Op naar Emanuele, op naar le Lumie. Ook nu weer ben ik diep onder de indruk van de stek en vooral van het eten. Want ook nu weer worden we verwend met al het lekkers Marsala, de provincie Trapani, Sicilië ons weet te bieden. Elke antipasto, primo, secondo, contorno, dolci, alles klopt en is in perfectie uitgevoerd. Ondanks dat we later deze dag nog een proeverij hebben, nemen we toch een mooie fles wijn. Een grillo van het wijnhuis Foderà. Het is het wijnhuis waar we vanaf onze tafel op kijken, hoe 0 kilometer zone wil je het hebben? We zijn zo aan het genieten dat we niet door hebben dat het al snel 15.00 uur is. En laten we nu om 15.30 uur de wijnproeverij hebben. Snel nemen we nog een caffè en afscheid van de fantastische ober en Emanuele. Deze heren ga ik zeker nogmaals zien.
De tomtom geeft aan dat het 30 minuten is rijden. Dat houdt dus in dat we het niet redden om op tijd bij Marco de Bartoli te zijn. Mijn vader wil dat niet laten gebeuren en zet de vaart er in en de Fiat doet graag met hem mee. Gelukkig is er nog bijna niemand op de weg en houden de meeste mensen nog de siësta. Hoe hij het doet weet ik nog steeds niet, maar om 15.27 uur staan we voor het wijnlandgoed van Marco de Bartoli. We worden welkom geheten door Marilena. Zij gaat ons alles vertellen over de helaas veel te vroeg overleden Marco de Bartoli. Over zijn visie, zijn drive, zijn ambacht en over zijn kinderen die inmiddels de wijngaard bestieren. En uiteraard over de mooie wijnen welke ze produceren. Beginnen doen we bij de wijnranken dan de wijnvaten en eindigen doen we bij de wijnkelder. We krijgen de verschillen van de bodem te horen van Marsala en van Pantelleria. Want daar hebben ze ook een wijngaard. Het productieproces van de verschillende wijnen wordt uitgelegd en nog veel, veel meer. Ik zou uren door kunnen gaan. Na al de uitleg is het tijd voor het echte werk, het proeven. Of is het eerder het genieten en drinken? Elk glas van de zeven wijnen die we krijgen te proeven gaat leeg terug. En echt kleine slokjes waren het zeker niet. We proeven Terzavia Methodo Classico, Pietranera, Grappoli di Grillo, Vecchio Samperi, Marsala Superiore 10, Marsala Superiore Oro 5 en Bukkuram Passito di Pantelleria Padre Della Vigna. Ik bevind me in hogere sferen en echt niet alleen door de alcohol. Fantastisch. Helaas ben ik met het vliegtuig en kan ik de wijnen ook niet laten verschepen. In Nederland wordt wel een klein assortiment verkocht maar niet degene die ik het lekkerst vind. Gelukkig biedt Marilena me een optie aan die ik zeker in overweging ga nemen. Wat voor optie dat is...wie weet hoor je dat nog. Ruimte in mijn koffer heb ik nog een beetje en er gaat een Vecchio Samperi en een Bukkurum Passito Padre Della Vigna mee naar huis. Ook koop ik nog twee pakken pasta busiate Integrale. Het is van het graan Perchiasacchi en heeft op de velden gestaan om de grond vruchtbaar te maken voor de grillo druif. Filippo Drago van Molini del Ponte, de molen die helaas afgelopen week gesloten was, heeft het graan gemalen. Pastificio Eocene uit de plaats Salemi heeft de pasta gemaakt. Dat gaat genieten worden thuis in mijn Amsterdamse flatje.
Een tikje aangeschoten, uiteraard niet mijn vader, verlaten we de wijngaard en realiseren ons dat de vakantie er bijna op zit.
Bijna op zit, want we hebben nog een diner te goed. Na het inpakken van de koffers gaan we aan tafel voor ons afscheidsdiner. Ook nu weer overheerlijk. Maar wat dit diner extra bijzonder maakt is dat een van de obers ons een fles wijn wil aanbieden. We krijgen van hem de wijn Il Ribeca van wijnhuis Firriato te proeven. Een wijn van de authentieke druif perricone. Hij wil ons bedanken voor de afgelopen week. De tranen staan ons en hem in de ogen, wat een mooi geschenk. Ook van de kok Nino, de eigenaar Giuseppe en de andere vaste ober nemen we afscheid. We zullen hen gaan missen.

Dinsdag 26 mei gaan we al vroeg ontbijten. Om 8.30 uur moeten we al de auto inleveren en op het vliegveld zijn. Het is zo moeilijk om afscheid te nemen. Het is wel fijn te zien dat Trapani ons gaat missen, het regent namelijk. Wat ga ik Vultaggio, de mensen, het eten, de wijnen, de natuur ongelooflijk missen. Ook de vogels die al 's ochtends om 5.30 uur begonnen met tsjilpen, alles zal ik voor eeuwig koesteren. Lieve mama en papa, bedankt voor deze schitterende reis. Dit samenzijn ga ik nooit meer vergeten.