19 oktober 2015

30 september

Het is koud geweest vannacht en onze neuzen zijn ijskoud. Zelfs het licht lijkt vanochtend te haperen. Gelukkig verwarmt het ontbijt ons snel. Er is een groot bord met zelfgemaakt vleeswaren op tafel gezet, allen uiteraard van de eigen varkens en koeien. Stefano laat niets los over hoe hij het maakt en ik vraag me oprecht af of hij dit zelf ook wel precies weet. Volgens mij doet hij alles op gevoel, op ervaring en met de liefde die hij heeft voor zijn dieren. Welk vlees uiteraard van topkwaliteit is en dus buiten wat zout niets nodig heeft.

Na het ontbijt rijden we naar Vignola. Op advies van Laura, de lieve eigenaresse van Pianeta Terra, moeten we daar heen gaan voor de torta Barozzi. Maar Vignola heeft meer te zien namelijk la Rocca, castello di Vignola. Na een bezichtiging zijn we wel toe aan een espresso met een stukje van de fameuze taart. Pasticceria Gollini maakt de taart al sinds 1887 en is vernoemd naar de architect Jacop Barozzi. Overigens pas in 1907 kreeg het zijn officiële naam. Het recept blijft tot op de dag van vandaag geheim. Wel weten we dat er eieren, chocolade fondant, suiker, boter, vanille, rum, amandelen en geroosterde pinda's in gaan.
Sinds 1930 maakt Gollini nog een andere bekende taart namelijk torta Muratori, vernoemd naar de historicus Ludovico Antonio Muratori. Deze taart bevat amandelen, suiker, eieren en boter en is iets minder zwaar van smaak maar evenzo overheerlijk.
Na deze verwennerij besluiten we om naar Spilamberto te rijden en een bezoekje te gaan brengen aan het Museo dell'Aceto Balsamico Tradizionale di Modena. Het kleine museum laat op een duidelijke en speelse manier zien hoe de azijn wordt verkregen. Welke houtsoorten er voor de vaten gebruikt worden, welke materialen, welke druiven, echt alles wordt hier uitgebeeld.

Tijdens een gesprekje met de dame van het museum komen we er achter dat het restaurant waar we wilden eten voorgoed gesloten was. Geen Da Cesare dus en verder ook weinig opties in de buurt. De aardige dame geeft ons de tip voor ristorante San Pellegrino, op slechts 5 minuten afstand met de auto. Aan de kant van de weg vinden we inderdaad het restaurant. Zo op de eerste blik niet een keuze die ik zelf gemaakt zou hebben maar de vriendelijke bediening maakt veel goed. En ook het eten doet dat. We eten tagliata di cavallo en een filetto di cavallo. Heerlijk paardenvlees met een saus van groene peperkorrels en tomaten. Daarbij nemen we een schaal gegrilde groenten. Van de eigenaar krijgen we nog een bord met aardappel uit de oven, de trots van de keuken. En inderdaad zijn ze overheerlijk. Als ik vraag naar de bereiding zegt de eigenaar dat ik dat beter niet kan weten. Maar met een grote glimlach vertelt hij het toch; leg een laag ongeschilde in stukken gesneden aardappel in een ovenschaal. Schenk vervolgens olie in de schaal totdat de aardappelen tot  de helft onder staan. Zet ze 45 tot 60 minuten in de oven (185 graden). Gooi vervolgens de olie die nog in de schaal zit eruit en breng de aardappelen op smaak met peper en zout. Zet ze vervolgens nog 30 minuten in de oven en serveer met een scheutje olie en rozemarijn. Ach ja wat smaakt niet lekker met olijfolie?
Er  is nog plaats voor een toetje met mascarpone en we krijgen een norcino als bedankje voor ons bezoek.


Na de koffie stappen we in de auto op weg naar Monteveglio waar zich op de top van een berg een mooie kerk bevind en waar nog steeds een groep baptisten wonen. Het was de bedoeling om een bezoek te brengen aan Muzzano di Sopra, een bedrijfje dat allerlei groenten en  fruit inmaakt, maar helaas geen succes. Na een heerlijke wandeling in deze spirituele omgeving rijden we naar Savigno waar we een kijkje nemen bij La Dispensa di Amerigo. Een trattoria maar ook een winkel met allerlei heerlijke sauzen, dranken en siropen. Natuurlijk niet zonder lege handen verlaten we Savigno en gaan op de weg terug naar Monteombraro.
Als we tegen acht uur de eetkamer binnenlopen schrikken we op. Er zijn zowaar andere gasten om te eten. Een gezelschap van vier en een man en vrouw die door Stefano voor ons zijn uitgenodigd. Het is de voorzitter van Slow Food condotto di Vignola e Valle del Panaro met zijn vrouw.  Gino Quartieri verwelkomt ons hartelijk met een heerlijk glas Ripa di Sopravento. Een mooie witte frizzante van de wijnman Vittorio Graziano. De wijn fermenteert in containers en ondergaat een zogenaamd spontane gisting in de fles. De wijn is gemaakt van Trebbianino di Collina en Trebbiano Montanaro en drie onbekende druiven. De wijnboer heeft niet het geld om te laten onderzoeken wat voor een oude druiven dit zijn. En enige hulp van universiteiten of andere instantie krijgt hij ook niet. Hij zal elk soort onderzoek zelf moeten betalen, hoe belangrijk dit ook is voor de regio en voor het behoud van deze inheemse druiven.
Gelukkig blijft het niet bij de wijn en komt Stefano al snel met het eten eraan. We krijgen varken uit de oven met aardappelen, courgettes en aubergines. Het varkens heeft veel lekker vet en onze monden kauwen niet alleen, ze praten ook heel veel. Ook Stefano komt aan tafel en dat veroorzaakt nog al wat woordenwisselingen met Gino. Zoals ik al eerder aangaf kan Stefano nogal rechtlijnig zijn. De pret drukt het in iedergeval niet en een ieder geniet volop. Van Gino krijg ik een leuke nieuw boekje met adressen uit de omgeving. Ook heeft hij geregeld dat we morgen een bezoek kunnen brengen aan de wijnman Vittorio. Tenslotte geeft hij me nog het adres van een marktkraam waar ik morgen in Vignola een goede tigella pan kan kopen voor het maken van de lekkere crescentina. Deze kleine platte broodjes worden gemaakt met deeg van meel, melk, gist en zijn een specialiteit uit de Appenijnen in de regio Modena. Na een warm afscheid kruipen we onder de wol en ik geniet nu al van mijn eigen tigella.




29 september

Na weer een heerlijk nachtrust worden we uitgerust en vol energie wakker. Wat is het leven hier heerlijk. Geen internet, telefoonverbinding haast onmogelijk, fazanten, koeien, kippen, cavia's, geiten, eenden, vogels, varkens, de natuur is helemaal compleet hier.

Als we ons huis uitlopen zien we de deur al openstaan van het grote huis. Er komt ons een zoete en rokerige geur tegemoet. Naast het brood heeft Stefano ook voor ons een stapel frittelle di castagne gemaakt. Heerlijke kleine pannenkoekjes van kastanjemeel. Zo zoet, zo kruidig, zo verslavend lekker. Stefano verzekert me dat er niets meer in zit dan kastanjemeel, water en zout. Dit moet je als luie toerist niet teveel eten...
Vandaag staat Modena op het programma. We komen er zo rond 12.30 uur aan. Dat de rit zo lang geduurd heeft, komt vooral door mijn tom tom. Ik kan een ieder namelijk verzekeren dat je in Emilia-Romagna niet te strikt de adviezen van de tom tom moet opvolgen. Blijf op de gewone weg, volg de borden en verlaat de doorgaande weg niet. Hoe goed de weg er ook aan het begin uitziet! Gelukkig door de hulp van een lieve boer zijn we niet in de problemen geraakt maar dat hield wel in dat de rit lang heeft geduurd.

Extra hongerig komen we dus aan in deze stad en gaan snel op zoek gegaan naar trattoria Aldina. Een klein eetlokaal op de eerste verdieping van een gebouw recht tegenover de mercato coperto. Het is er een drukte van belang, studenten, zakenlui, een enkele toerist, je ziet hier alles. Gelukkig gaat er net iemand weg en krijgen wij een tafeltje. De serveerster ratelt het menu op en wij kiezen wat uit. Zo hebben we rauwe tartaar van paard met een rauw ei, polpettini di piselli met luchtige aardappelpuree, een salade, spinazie, chocoladetaart en fruit en uiteraard een lambrusco. Het eten is simpel maar smakelijk. Vooral de gehaktballetjes zijn heerlijk, licht gekruid gehakt, mortadella, doperwten, een top combinatie.
Na de pranzo lopen we door de stad maar met gemengde gevoelens. Waarom ga je in een stad lopen als je de mooie rust en natuur zo om je heen hebt. Daarom besluiten we al snel naar Stefano en oma terug te keren en daar een heerlijke wandeling te gaan maken. Gelukkig verloopt de terugrit voorspoedig en genieten we van de "colline di Monteombraro".
 

De buikjes knorren alweer als we aan tafel gaan. Oma heeft vanavond een heerlijke minestra voor ons gemaakt. Stukjes tagliatelle van brandnetel met allerlei groenten uit de tuin. Hiervoor loopt, schuifelt,  ze elke dag een 20 minuten de heuvel af en uiteraard vol beladen weer omhoog. Maar ze geniet er vol op van. Haar ogen twinkelen en haar hele lichaam straalt geluk uit. Wat een vrouw!
Daarna heeft Stefano zich uitgesloofd voor ons. We krijgen courgettebloemen als een salade, tartar di Vacca Bianca, ricotta en een perfect gekookt eitje. Nog wat groenten en salumi erbij en wij zijn in de zevende hemel. Of komt het door de lekkere lambrusco waarvan we zo graag nippen?

Ook nu weer komt Stefano even een praatje maken tezamen met een schaaltje vers gepofte kastanjes. Hij vertelt graag over zijn " koeien", zijn harde werk. Ook laat hij graag zijn mening horen over de rest van de wereld. Niet voor iedereen even fijn. Maar ik kan zijn rechtlijnigheid, starheid wel begrijpen maar de meerderheid helaas niet vernemen we later. Jammer voor zo een hardwerkende liefdevolle man, topkok en boer.

28 september

De eerste nacht is wat onwennig geweest, de stilte is zo ongelooflijk. Ook merken we al snel dat de temperatuur hier goed afkoelt 's nachts en dat de kamer nu niet echt is voorzien van de laatste moderne verwarmingsinstallaties en of isolatie. Dus zodra we van onder de dekens komen, rennen we naar de douche en kleden ons snel aan. Gelukkig hebben we de waterkoker bij ons en maken we snel wat warme thee. Daar zitten we dan, twee bibberende stadse dames. Om 9 uur worden we bij het ontbijt verwacht. Vers brood, warme melk, jam, thee, peren en verse boter. Wat heeft een mens nog meer nodig.

Bij het ontbijt besluiten we dat we gaan lunchen in Nonantola en dus rijden we in die richting. Onderweg doen we meerdere schitterende plaatsen en kerken aan. Zo bezoeken we Chiesa di S. Appollinare, het dorpje Castello di Serravalle en het plaatsje Nonantola.



De ochtend sluiten we af bij osteria di Rubbiara, osteria van Acetaia Pedroni. Een familie die al sinds 1862 azijn maakt. Buiten de verschillende aceto balsamico's maken ze ook wijnen. Waarbij uiteraard de Trebbiano di Spagna favoriet is. De eigenaar Italo Pedroni is nu niet de meest hartelijke persoonlijkheid maar gelukkig zijn de twee andere medewerkers dit wel. Al direct bij binnenkomst moeten we onze telefoons in een kluisje doen waar we zelf de sleutel van bij ons mogen houden. Dus geen foto's en ook geen zenuwachtige mensen die weglopen van tafel voor een telefoongesprek.
Een menukaart hebben ze bij di Rubbiara niet en je bent verplicht een compleet menu te eten. Die uiteraard in het teken staat van aceto balsamico di Modena. We beginnen de eerste pranzo van de vakantie met een lekker glas Lambrusco di Sobara waar al snel het eerste gerecht bij geserveerd wordt. Dat is tortellini gevuld met ricotta en spinazie waarover een twaalf jaar oude aceto balsamico wordt gedruppeld. Daarna komt er straccetti (ongelijke stukjes lasagne vellen) met een ragu saus. Hier geen aceto maar wel een fluweelzachte smaak van pasta. Benieuwd hoeveel eieren ze hiervoor gebruikt hebben, in iedergeval geen 1 per 100 gram meel.
Dan komt er een bord met een stukje frittata wederom bedruppeld met 12 jaar op eik en kastanje hout gerijpte aceto, enkele in azijn gegaarde uitjes, costini di maiale (varkensribbetjes) en een stuk pollo al vermentino. Het menu wordt afgesloten met vanille ijs bedruppeld met 25 jaar oude aceto balsamico en uiteraard een espresso.
Met een volle buik verlaten we de osteria. Heerlijk gegeten maar je merkt wel dat aceto balsamico big business is en of dat helemaal terecht is....
Nog wel een kijkje genomen in de acetaia maar ook hier weer is de telefoon een verboden item.
 




We hebben de hele middag nog voor ons liggen en rijden daarom door naar de plaatsjes Spilamberto en Guiglia waar we een kijkje nemen bij Castello di Guiglia.

Op de terugweg naar Stefano brengen we nog een bezoekje aan Azienda Sgarabattola. Op deze azienda verbouwen ze biologische farro en andere antieke graansoorten, denk hierbij aan grano marzotto en bolero. Mariassunta Lucchi en haar man Maurizio Benini verkopen de granen en meel in hun kleine winkeltje aan huis. In het weekend maken ze ook nog vers brood en koekjes die gretig aftrek vinden onder de bewoners van de omliggende plaatsjes. Dat de bewoners daar een eindje voor moeten rijden op een niet te beste weg maakt ze niets uit. Voor goede kwaliteit en smaak doe je bijna alles, toch? De dochter des huizes laat ons iets van de omliggende graanvelden zien en neemt ons mee naar de werkplaats en vertelt trots over het vele werk dat vooral haar moeder verzet. Uiteraard ga ik weg met wat farro en zakken meel

Thuisgekomen kunnen we al weer snel aanschuiven voor de cena. Dit keer is er volop gefrituurd en staat het huis blank van de rook. We krijgen gnocco fritto (gefrituurde broodjes), tagliatelle met ragu, verse ricotta, formaggio fresco en stagionato,  tomatensalade en een groene salade. Allemaal even puur en allemaal even overheerlijk. Vooral de kazen zijn een kleine mysterie. Allen worden ze in de keuken door Stefano zelf gemaakt. Je proeft de kwaliteit van de melk, de kruiden, de bloemen, je proeft het veld waar de koeien op hebben mogen grazen. Dit is wat echt eten is!

     






26 en 27 september op naar Emilia-Romagna


Na mijn vader de nodige afscheidsknuffels en kussen gegeven te hebben vertrekken mijn moeder en ik op weg naar Italië. De reis ging voorspoedig en tegen half vijf checken we in bij ons hotel in Weil am Rhein, Ott's Hotel genaamd. Complimenten overigens voor enkele Duitse raststätten. We hebben daar heerlijk bij Lavazza shops kunnen genieten van goede espressi en tevens van een smakelijke lunch met een uitgebreide antipasti schotel. Prima begin van deze vakantie.

Het hotel ligt midden in het centrum en biedt daarom genoeg gelegenheid om even een kleine wandeling te maken. Het wandelen maar vooral het rijden heeft ons hongerig gemaakt, dus wel gaan op tijd aan tafel. Buiten het goede eten heeft dit hotel ook vele lokale wijnen en dus kwam er een mooie rode wijn uit Wittlingen op tafel. Na nog een lokale perensnaps kropen we moe en voldaan in bed en konden we de volgende ochtend, na een heerlijk ontbijt, vertrekken na het einddoel; Zocca!

Ook deze reis ging redelijk voorspoedig, al was het vinden van een " pranzo" adres nog een heel probleem. Gelukkig tegen 13.30 uur kwamen we een autogrill tegen waar ze niet alleen burgers of broodjes serveerden en konden we een goede vers gemaakte maaltijdsalade eten.

Na de nodige heuvels op en neer en na wat mensen de weg gevraagd te hebben, vonden we eindelijk het adres van Stefano Fogacci in Zocca. Agriturismo Tizzano is niet te vinden in Zocca zelf maar in een klein buurtschapje genaamd Monteombraro, ver weg van de bewoonde wereld.
Wat een rust, wat een fantastische boerderij en wat een warm welkom. Moe van het kastanje oogsten laat Stefano ons de kamer zien en bied direct daarbij zijn excuses aan. Het was tenslotte een boerderij en geen luxe slaapplek. Wij laten hem weten juist daarvoor gekozen te hebben en dat doet hem stralen van trots. Snel brengen we de koffers naar de kamer om daarna al even een kleine wandeling te maken rond de boerderij. De rust doet haast zeer aan onze oren en het uitzicht maakt ons ook nog eens sprakeloos. Hier houden we het wel vol.



Om 20.00 uur worden we verwacht bij het diner. Dit is in het "grote huis" en bij binnenkomst staat er een welkomstcomité voor ons klaar. We maken kennis met de moeder van Stefano (87 jaar) en Asiz, sinds 8 jaar de trouwe hulp. Stefano is druk in de keuken ons eten aan het bereiden en dus laat oma ons de tafel zien en schenkt ons water en wijn in. We voelen ons direct thuis. Niets geen luxe alleen maar warmte en heerlijke geuren uit de keuken.
Dat "niets geen luxe" kunnen we echter niet zeggen over het eten. Wat een lekkers wordt aan ons voorgeschoteld.
We beginnen met een lasagne di verdure. Gemaakt van dunne crespelle, aubergine, courgette en een dikke bechamelsaus. Uiteraard met alle producten van de eigen boerderij. Vooral de bechamel is verrukkelijk maar wat wil je met melk van de Vacca Bianca Modenese. En laat dit nu juist de reden zijn waarom we op deze boerderij zijn. Stefano Fogacci is namelijk nog maar een van de weinige boeren die deze witte koe heeft. Maar daarover in een later post meer.
Na de lasagne krijgen we insalate caprese. Niet met mozzarella van de buffel maar met zelfgemaakte mozzarella van de Vacca Bianca Modenese.
Het feest gaat nog door dit  keer met plakjes dungesneden vlees van een 4 jaar oude stier. Wat een smaak, wat een diepte, waar zijn we terecht gekomen....
Klaar is Stefano nog niet. We krijgen nu nog courgettes en  de bloemen in een mooi dun laagje gefrituurd. En daar kan ik natuurlijk weer niet vanaf blijven.
De maaltijd eindigt met een mokka koffie en met Stefano voor een goed gesprek. Al na 5 minuten merk je dat hij het zwaar heeft. Het werken, de financiën alles is een zware last. Toch zie je ook dat hij geniet van wat hij doet en dat hij alles vol overgave doet. En dat overwint alles. Mooi dat wij daar voor een week getuigen van mogen zijn.