15 februari 2013

De gezamenlijke liefde van Calabria en Liguria

Calabria en Liguria, twee totaal verschillende regio's in Italië. Toch is er, buiten de ligging aan zee, nog een grote overeenkomst. Beiden regio's hebben een gezamenlijke liefde voor ansjovis en sardines. Daarom vanavond een primi uit Calabria en een secondo uit Liguria met een rol weggelegd voor de ansjovis en de sardine.

Struncatura om precies te zijn, eet ik als primi. Het is een licht bruin gekleurde linguine (platte spaghetti) welke een vrij ruw oppervlak heeft. Helaas is deze soort nog maar weinig te vinden in Calabria. Waarschijnlijk komt dit omdat het de oude inwoners doet denken aan de jaren van grote armoede. De jongere hebben om deze reden dus nooit het geleerd te maken of zelfs gegeten. De pasta is namelijk onstaan in de hongerjaren. In die periode gaven de eigenaren van de graanmolens de tarwezemelen, welke overbleven na het zeven van het meel, aan de boeren voor het voeren van het vee. Echter de boeren leden aan erge honger en probeerden van de zemelen pasta te maken. Maar alleen met zemelen konden ze geen pasta maken en dus voegden ze carobpoeder toe. Carobpoeder werd echter ook gezien als voer voor het vee en was dus oprecht een armeluisvoer. Het poeder werd gemaakt uit de geroosterde peulen van de Johannesbroodboom, een plant die ook nu nog veel voorkomt in het Middellandse Zeegebied. Tegenwoordig wordt overigens het poeder gebruikt als alternatief voor cacao, in feite armelui chocolade dus. De peulen hebben een hoge voedingswaarde en kunnen tevens als verdikkingsmiddel functioneren. Echter dan moet je de kiemende zaden vermalen (johannesbroodpitmeel). Dit wordt vooral gebruikt in babyvoeding.
Pasta op basis van carob en zemelen is al met al niet echt een soort pasta waar de Calabrische bevolking mee geassocieerd wil worden. Jammer want het laat zien hoe creatief de boerinnen waren en zorgden dat het hele gezin een voedzaam maal kreeg en geen grote honger hoefde te lijden.
De traditionele saus bij struncatura is een hele simpele saus, acciughe e mollica. Knoflook, rode peper en ansjovis worden zacht gebakken totdat de ansjovis gesmolten is. Aan het eind worden er nog wat krokant gebakken broodkruimels bij gedaan en dan uiteindelijk door de pasta geschept.
Oké ik ben heel eerlijk...echte struncatura heb ik niet kunnen bemachtigen maar wel een heel goed alternatief. Nee, geen volkoren pasta maar pasta gemaakt uit durum meel met de zemelen erbij gemalen. Een pasta boordevol vezels en vitamines. Dat armeluisvoer zo lekker en ook nog eens zo gezond kan zijn.

Sarde in tegame al verde is mijn secondo. Gebakken sardine met peterselie, een gerecht uit Imperia in Liguria. Ook hier zie je weer dat simpel eten zo ontzettend lekker is. Mits je goede en vooral verse producten hebt natuurlijk. Je maakt de sardines schoon door ze te ondoen van de kop, graten en ingewanden. Vervolgens neem je een grote koekenpan en fruit wat knoflook en peterselie zachtjes aan in olie. De dichtgeklapte, licht met zout bestrooide, sardines leg je nu naast elkaar in de pan en bakt ze een paar minuten om en om op middelhoog vuur. Na twee a drie minuten voeg je een paar fijngehakte kappertjes, wat olijven en een scheutje witte wijn toe. Je kookt het vocht wat in en serveert het meteen. Wat gebakken radicchio is er heerlijk bij.
Mangiare!

11 februari 2013

Fegato alla Veneziana

Buiten ligt er nog steeds sneeuw, de wind is guur en de zon schijnt vaagjes. Tijd voor een gerecht wat je warm maakt en wat je de barre winter in Nederland, tikje overdreven, doet doorstaan. Het eerste wat dan bij mij opkomt is polenta. En wel de gele maïspolenta. Polenta staat overigens niet synoniem aan maïs, maar daar vertel ik in een ander "Mangiare"bericht nog wel over. Nu is een belangrijkere vraag; wat ga ik bij de polenta eten. Die keuze is ook snel gemaakt want in de vriezer liggen nog kippenlevertjes. En dan komt er maar een gerecht naar boven namelijk Fegato alla Veneziana. Een gerecht van kalfslever en uien maar vanavond dus kippenlever met een gelijke hoeveelheid aan uien. Een recept wat een klassieker is het hele Mediterraanse gebied. De combinatie van lever en uien stamt uit de Romaanse tijd en won later ook terrein in de Byzantijnse keuken. In de oudste versie van het recept sneed men de kalfslever in dunne plakken en marineerde men deze in water en azijn. Vervolgens kookte men de plakken lever in olie en of geklaarde boter samen met de witte uien. De uien werden dus niet gefruit of gesmoord maar mee gekookt met het vlees. Pas bij het opdienen werd het gerecht gekruid met peper, wat peterselie en soms nog wat citroensap. In de maanden augustus en september wanneer er een overvloed aan vijgen was, gebruikte men deze ook vaak in plaats van de uien. Het gaf dezelfde zoete smaak en verzachte, evenals de uien, het bittere van de lever.
Het gerecht is in de jaren veranderd en inmiddels laat men eerst de uien op laag vuur, met de deksel op de pan, zweten in de olie. Mochten de uien gaan bakken dan voegt men wat bouillon toe. Als de uien boterzacht zijn dan zetten de koks het vuur hoger en bakken ze de plakken lever om en om circa 4 minuten mee. Beetje zout erbij en als de lever wat taai is, voegen ze nog iets azijn of citroensap toe. Niet koken maar bakken is nu het uitgangspunt. Peper en peterselie voegen ze ook nu nog pas toe als het gerecht opgediend word. Begeleid door een mooie plak polenta.

Dit gerecht staat of valt bij een goede kwaliteit van de lever. De voorkeur in Veneto, vanwaar dit gerecht komt, is voor een zeer jong biologisch gefokt kalf en niet een smaakloos kalf uit de bio-industrie. Maar elk gerecht staat of valt bij een eerlijk stukje vis of vlees. En dan heb ik het nog geen eens over duurzaam geproduceerde groenten al dan wel niet uit je eigen tuin.
Nog een klein wetenswaardigheidje is dat men alleen kalfslever eet in Noord-Italië. In Midden en Zuid-Italië is de voorkeur voor varkenslever. Uiteraard ook van de beste kwaliteit.


Ik at dus en heerlijke antiek Venetiaans gerecht met een kleine aanpassing door de inhoud van mijn vriezer. Als contorni at ik er spinazie bij wat dan wel weer heel gebruikelijk is in Veneto. Wat geroosterd brood overgoten met een lichte kippenbouillon at ik als primi. Tenslotte is dit rijkelijk gerecht een ware hongerstiller.

Gulle waard

Na even niet geschreven te hebben, ben ik er weer. Misschien niet naar een ieders tevredenheid want een groot journalist ben ik niet. Maar ik mis het gewoon en beleef er veel plezier aan. Gelukkig hoef je het niet te lezen maar ik zou het uiteraard wel leuk vinden.

Een andere reden is dat ik iedereen wil laten kennismaken met de geweldige Nel Schellekens van de Gulle Waard in Winterswijk. www.gullewaard.nl Misschien kennen sommige haar van het leuke programma Menu van Oranje of uit de programma's van Wouter Klootwijk. Mocht dit allemaal niet het geval zijn dan leer je haar creaties nu in iedergeval wat beter kennen.
Enige dagen gelden heb ik namelijk weer bij haar mogen eten en heeft ze mijn ouders en mij weer verbaasd doen laten staan. Ze wilde ons verrassen met het menu en dat is haar zeker gelukt.

Als amuse kregen we een bolletje geitenkaas met een kruidenolie. De kaas werd begeleid door een geconcentreerde paddenstoelenbouillon. Ondanks de grote smaakcontrasten overheersde er geen een.
Na dit vegetarische hapje begon het feest voor de carnivoren.
We begonnen met 10 soorten verschillende vleeswaren en worsten gemaakt van of het Galloway rund, de Lakenvelder, het Heldervarken, geit, of de Twentse Landgans. Denk hierbij aan nagelholt, Achterhoekse coppa, tong, droge varkensworst, gerookte ham ach de foto's spreken voor zich. Het meest bijzondere is misschien wel dat Nel een groot aantal zelf maakt. In haar afvalbak vind je niet veel, ze gebruikt bijna alles van het dier.


Het is misschien eenvoud ten top maar met deze smaken moet je ook echt niets anders doen. Heb respect voor het dier en laat die zijn werk doen en je veroveren door de smaak.

Vervolgens ging Nel een uitstapje maken naar de Aziatische keuken maar dan wel met een Achterhoekse twist. Zo kregen we een shitaki bouillon met spelt fusilli, crosnes (spiraalvormige knolletjes ook wel Japanse aardappelen genoemd), zacht gekookt ei en groene kool. Het was een ware smaakexplosie en je waande je zo in een Azië. Al deed de mooie bosrijke omgeving je snel weer met beiden benen op de grond staan. Overigens helemaal niet erg want het volgende gerecht kwam er al weer aan.
Er kwam een bord aan met jeugdherinneringen voor mijn ouders. Op het bord lag bak leverworst, balkebrij gemaakt met boekweit en bloedworst met chocolade. Wat zoetzure bietjes en 3stroopsoorten begeleidden dit heerlijke gerecht. De foto deed het gerecht te kort en daarom laat ik deze achterwege. De meesterlijke worsten verdienen alleen maar een gouden medaille en geen slechte foto.

Mocht je denken dat we al klaar waren, nee hoor. We zijn zelfs nog niet aan het hoofdgerecht toe! Na de worsten kregen we Twentse landgans en wel enkele delen ervan. Zo zat er onder andere wat borstvlees bij, een pootje en een gekonfijte maagje. En met als uitschieter een bitterbal van ganzenvlees. Alles werd opgediend op een bergje zuurkool met een grote chip van pastinaak. Dit bord kon me niet groot genoeg zijn. Alle smaakfacetten die er zijn, kwamen voorbij. Zoet, zuur, zout, knapperig en ga zo maar door. Gelukkig maakt ook Slow Food zich sterk voor deze gans want dit beest moet in ere hersteld worden.  www.slowfood.nl/index.php?page=125
Ik wil nog wel een keer benadrukken dat de foto's echt geen eer doen aan de ware kunstwerken die we kregen. Er lag een kleurenpracht op onze borden en de geuren deden je verlangen naar meer, meer en nog eens meer. En dat gebeurde dus ook want het was eindelijk tijd voor het hoofdgerecht. Het hoofdgerecht was het vlees waar Nel zich zo sterk voor maakt, namelijk geitenvlees en dan met name het  bokje. Een stukje stoofvlees, braadvlees en een rack lagen naast heerlijke wintergroenten op ons bord te schitteren. En waarom eten we bok niet? Het vlees is zacht, mals en zo veelzijdig. Vraag om bok of nog beter ga kijken op internet waar je het rechtstreeks bij de boer kunt kopen.
Na Nel een dikke pakkerd gegeven te hebben, kwam ze toch nog even vertellen dat we het toetje gewoon niet mochten overslaan. Het zou klein zijn. Geloof echter haar niet want ook dit was weer een royaal bord. Een bolletje ijs van hooimelk en een stukje broodpudding wat een soort appelcake was. Er lag nog wat op maar ik vermoed dat ik zo aan het genieten was dat ik het gewoon vergeten ben. En eerlijk gezegd zaten we allen ook zo vol dat dit laatste gerecht nog echt een zware opdracht voor ons was. Een espresso was nog wat we wilden en uiteraard voor de twee dames aan tafel een borrel. De heer is tenslotte de bob en overigens ook de verstandige aan de tafel. Maar ook de koffie is niet alleen koffie bij de Gulle Waard, nee ook hier zit bij de koffie nog een likeurtje met slagroom en wat zelfgemaakte koekjes. Het erge is dat alles zo lekker is dat je ook nog alles opeet. Soms is een mens gewoon te gulzig.....

Ik ga dit keer niets vertellen over de schitterende dieren en producten welke ze gebruiken. Ik zou zeggen, boek een weekendje Achterhoek en ervaar zelf hoe heerlijk gebied dit is. En uitaard boek een tafel bij de Gulle Waard en ik verzeker je, dit is niet je laatste bezoek aan Winterswijk!
En om alvast in de stemming te komen en ook te genieten thuis van haar kunsten, kijk op www.giesz.nl
Weet haast zeker dat je binnenkort enkele Achterhoekse producten op je tafel hebt staan.

6 januari 2013

Alweer de laatste

Net begonnen en nu alweer het laatste berichtje op dit blog. In iedergeval voorlopig. Ik vind het heel leuk om te doen maar het kost simpelweg gewoon veel te veel tijd. Ik zou willen dat ik dit qua werk kon doen, al zou ik al überhaupt de kwaliteiten hebben. Maar nee, ik heb gewoon een bureaubaan. Daarnaast wil ik heel graag uitgebreid koken, lezen over culinaire Italiaanse zaken, de taal beter bemachtigen etc. etc. Er zijn namelijk een heleboel dingen die ik nog wil doen. En als ik zoiets als dit blog wil doen, dan wil ik het goed doen en elke dag kunnen doen. Tikje perfectionistisch, tikje gedreven, tikje neurotisch.....ja, ja, ik weet het. Uiteraard ga ik wel door met alles maar dan in het kort en via mijn facebook pagina. Dus mocht je nog iets willen blijven volgen en of lezen dan ga na die pagina. Geeft jou ook weer tijd om veel betere, leukere en professioneler sites te bezoeken. Ik sluit nu nog wel af met een twee gerechten uit Sicilië. Mijn primi bestond uit de typische Siciliaanse pastavorm casarecce "casarecce con cavolfiore bianchi". Dit is een korte pasta met een iets gedraaide vorm, meer een spiraalvorm. Cavolfiore bianchi is bloemkool. Aan de wat flauwe smaak van de kool wordt een gefruite rode peper en knoflook toegevoegd. Daarover dan nog een extra scheut olie en je hebt een heerlijk snel en simpel gerecht op tafel staan. Vervolgens had ik een gerecht met in de hoofdrol zoutevis, gezouten kabeljauw. Na het weken van de zoutevis word deze gevuld met een mengsel van zwarte olijven, rozemarijn, ansjovis en broodkruim. De vis wordt aan de bovenkant ook nog bestrooid met rozemarijn en broodkruim en mag lekker gaar worden in de oven. Daarbij had ik lekker radicchio di Treviso, de langwerpige radicchio uit Veneto. Toch nog een beetje verbroedering tussen noord en zuid....
De meeste traditionele Italiaanse kabeljauw recepten worden met geconserveerde vis gemaakt. Dan bedoel ik gedroogde of gezouten kabeljauw. Om de gedroogde vis (stokvis) te krijgen wordt bij de vis zijn kop en ingewanden verwijderd. Vervolgens wordt hij aan lange ijzeren latten gehangen en droogt verder aan de koude lucht. Men noemt deze vis Stoccafisso. Maar pas op, in Venetië en omgeving spreekt men over Baccala, waar juist de rest van Italië gezouten kabeljauw mee bedoeld.
Stokvis is reeds op de Italiaanse markten sinds 1563 te koop. Destijds besloot namelijk het concilie van Trente (orgaan uit de katholieke kerk) dat deze vis goed geschikt was voor vastendagen omdat hij zo goedkoop was. De meeste stokvis in Italië komt van de Noorse Loften eilanden. Top kwaliteit stokvis is gemaakt van magere vis en de vis moet na het drogen bijna doorschijnend wit zijn. Deze kwaliteit noemt men ragno. Tegenwoordig kun je de vis meestal voorgeweekt kopen maar vroeger moest men de vis eerst met een stamper bewerken om de vezels los te maken. Daarna weekte men de vis ook nog 5 of 6 dagen.
Gezouten kabeljauw werd pas rond het midden van de zeventiende eeuw geïntroduceerd in Italië. Dit werd door de Spaanse en Portugese kooplieden gedaan, die hierdoor mede profiteerde van de goede zouthandel. Zoutevis noemt men, zoals eerder vermeld, Baccala. In de omgeving van Venetië heet het bertagnin, maar daar zijn maar weinig traditionele Venetiaanse recepten mee. Zoutevis mag zeker niet helder wit zijn want dit zou betekenen dat men kunstmatige bleekmiddelen heeft gebruikt.
Daarentegen mag het ook niet te vuilwit zijn, want dan is de vis niet goed geconserveerd. Officieel zou je de vis om te ontzouten 48 uur onder stromend water moeten houden. Echter in het water leggen helpt ook, ververs het gewoon om de paar uur. We gaan tenslotte niet water verspillen! Na het weken verwijder je de graten en eventueel het vel en je kunt aan de slag.

Voor de laatste keer zeg ik Mangiare en " a prossima" op https://www.facebook.com/search/results.php?q=Manon+Zernitz&init=public




3 januari 2013

Gedroogde vis uit Lago d'Iseo

Nog niet top fit en daarom niet veel puf om lang achter de pannen te staan. Daarom kies ik dit maal voor de Slow Food Presidia vis "Sarde Essiccata del Lago d'Iseo".
Op de Salone del Gusto heb ik de drie soorten verschillende gedroogde vis van de visserheld Nando Saordi gekocht. Te weten filetto Agone (soort sardine), filetto Coregone en filetto Cavedano (soorten elft). Wat maakt nu dat deze vis, de Sarda Essiccata, het Presidia logo mag dragen? Dat is niet zozeer de vis zelf maar de manier van vangen en conserveren. De vissers gaan met de zonsondergang het water op en zetten de netten klaar. Vervolgens keren ze terug bij zonsopkomst en halen ze weer binnen. Niets bijzonders tot zover. Echter vervolgens worden ze voor 48 uur in het zout gelegd en daarna circa een maand gedroogd op een schaduwachtige en winderige plek. Na deze maand worden ze in containers gedaan en na goed op elkaar geperst te zijn, overgoten met olijfolie. Vier maanden blijven ze zo rusten en dan kunnen we er van gaan genieten. De visjes worden even licht op een warme plaat of rooster gebakken en dan in de meeste gevallen geserveerd met polenta of met groenten. En voor dat laatste kies ik en wel met de heerlijk Chioggia biet. Dit oude Italiaanse ras komt uit het plaatsje Chioggia vlakbij Venetië. De roze rode biet heeft mooie witte kringen en heeft een heerlijke zacht zoete smaak. Koken doe ik bieten nooit, ik rooster ze. Na het klei er afgeboend te hebben, pak ik ze afzonderlijk in aluminiumfolie en stop ze een uurtje in de oven. Tussen de houtskool zou natuurlijk nog lekkerder zijn, maar laat ik het nu maar makkelijk houden en vooral  lekker binnen. Resultaat boterzachte, zoete en nog steeds rode bietjes. Als deze chioggia net van het land komen, zijn ze ook rauw heerlijk en vol van smaak. Met bijvoorbeeld wat verse kaas heb je een heerlijk koninklijk maal. Maar ik dwaal af van het verhaal over de gedroogde vis. Hoe het smaakte wil je ook vast weten. De smaak is zeer intens en zout vooral van de Coregone en Cavedano. De Cavedano heeft een nog heftigere en licht rokerige smaak en lijkt ook vetter te zijn. Want vet dat zijn ze zeker. De citroen en het peterselie en kappertjessausje boden dan ook een gewenst tegenwicht! Beiden soorten zijn ook wat hard van structuur. In kleine stukjes gerafeld door een salade is deze vis een perfecte smaakmaker. Of bijvoorbeeld op een crostini of een plakje gegrilde polenta met wat gekaramaliserde rode uitjes, dat zijn nog eens mooie combinaties. Toch heeft de Agone mijn voorkeur. Het visvlees is zacht, het vet is beter gedoseerd en de zoutsmaak is minder aanwezig. Toch moet je deze vissen niet als secondi eten, daarvoor zijn de smaken te intens en aan een klein beetje heb je genoeg. En met de huidige visstand, ook in de meren, is dat een extra reden. De unieke vissen zijn perfecte antipasti. Mocht je ooit de mogelijkheid hebben om ze een keer te eten, doe het! Niet alleen om deze traditionele vangst en conserveringsmethode te behouden, maar meer nog een unieke smaak uit de Lago d'Iseo te proeven.


Mijn primi sloot mooi aan bij het toch zware gerecht dat volgde. Ik had fusilli met een saus van schorseneren gemaakt. Schorseneren worden alleen in Noord Italië gegeten en dan ook nog op heel kleine schaal. Echter qua smaak lijken deze zwarte lange dunne stengels erg op de witte asperge en laten ze die dan wel weer eten. Al heeft de groene variant sterk hun voorkeur en ik kan ze daarin geen ongelijk geven! De saus is zo klaar en is zoet, zacht en boterachtig. De saus maak je door de schorseneren eerst schoon en beetgaar te koken of te stomen. Daarna even licht te smoren tezamen met een schijfje knoflook in een mooie scheut milde olijfolie. Eventueel kun je iets citroensap of witte wijn toevoegen. Vergeet niet het peper en zout natuurlijk! Pureren en met wat peterselie door de
fusilli mengen. Zo lust toch iedereen groenten?
Lekker, puur en eerlijk...Noord Italië in Amsterdam.





2 januari 2013

Laatste dagen van 2012

Zo met de feestdagen weet je gewoon niet meer wat voor dag het is en of wat te doen. Als je gezondheid je dan ook nog een beetje in de steek laat, dan heb je vast een idee hoe laat het is... Gelukkig lijkt vandaag alles aardig opgelost en genoot ik weer eens van een cappuccino bij het ontbijt. Een wijntje is nog een stapje te ver maar wie weet morgen. Ook het eten was de afgelopen dagen vaak meer een noodzakelijk kwaad dan dat ik er echt van genoot. Alhoewel ik heb toch best lekker gegeten. Zo at ik een keer seppia con carciofi (inktvis met verse artisjokken) en stond er een avond gebakken kuit op het menu. Vooral dat laatste gerecht is een genot. Zo in december is kuit bij de goede viskramen wel te vinden. Helaas zien de meeste het als afval en juist dat moeten we gaan vermijden in 2013. Niets zo maar weggooien en zeker niet als het zo lekker is. Vraag er echt eens om en tenslotte als het geperst en gedroogd is, betalen we er onder de naam bottarga (di muggine) een vermogen voor.
               
Zo had ik nog een goedkoop en smakelijk visje op mijn bord liggen deze afgelopen week, namelijk spiering. Het visje met de specifieke komkommerachtige geur is zo lekker dat je er van blijft eten. Ze zijn dan ook wel erg klein! Het visje is familie van de zalm en komt in zoet en zoutwater voor en is bovendien een echte nomade. Het trekt in grote scholen van het ene watergebied naar het andere. De visjes van mij kwamen vanuit de Waddenzee en waren gevangen door Marinus van Malsen, ook een van de Goede Vissers. Frituren, bakken of pocheren is allen heerlijk en de Fransen en Spanjaarden doen dit dan ook in grote getale. De Italianen eten geen spiering maar genieten van een ander klein visje namelijk het broedsel van sardine, genaamd bianchetto. In recepten met dit visje gebruik ik de Nederlandse spiering en dat gaat perfect. Omdat ik de betreffende avond iets lichts wilde, heb ik ze even in kokend water gehouden en daarna overgoten met een vinaigrette van olie, citroensap en iets mosterd. Verse peterselie erover en vervolgens van kop tot kont verslonden. Het is werkelijk monnikenwerk om ze ontdoen van hun kleine kopjes en ze verder te fileren. En mocht je dit een eng of raar idee vinden, frituur ze dan. Als je ze namelijk frituurt of bakt, merk je helemaal niets van dit alles. 

Oud en nieuw heb ik helaas dus niet op een Italiaanse manier kunnen vieren maar ben de avond echter vroeg onder de wol gedoken. Neemt niet weg dat ik toch ga vertellen wat waarschijnlijk op mijn bord had gelegen als ik topfit was geweest. Linzen! Linzen, en in mindere mate rozijnen, symboliseren namelijk geld en geluk voor het komende jaar. Ze zouden op muntstukken lijken. De linzen worden gegeten met cotechino of zampone.
De cotechino komt uit de regio Emilia Romagna en is een worst gemaakt van zowel vet als mager varkensvlees inclusief wat gemalen varkenshuid. Dit wordt vervolgens in een darm gedaan en gedroogd. Na het koken van de worst kun je kiezen om deze zo te eten of nog te bakken. De worst wordt geserveerd in mooie dikke plakken welke grotere muntstukken symboliseren. 
De zampone komt meestal uit Modena (eveneens Emilia Romagna) en is min of meer gemaakt met dezelfde ingrediënten. Echter wordt deze vulling gestopt in het achtervoetje van het varken. Uiteraard zijn de botten eerst verwijderd uit de voet om zo ruimte voor de vulling te creëren. In beiden worsten wordt het vlees meestal gekruid met kaneel, nootmuskaat, peper en knoflook.
Ook kiezen veel Italianen ervoor om rijst te eten. Ook deze kleine korrels zouden muntstukken symboliseren. De rijst wordt dan meestal met veel kaas gegeten, risotto in bianco genaamd.
Uiteraard ontbreekt de zoetigheid ook niet op deze feestelijke avond. Dit kan van gedroogd fruit met een honinglaagje zijn tot de gefrituurde mierzoete deegballetjes chiacchiere. Qua deeg zijn ze een beetje met onze oliebol te vergelijken. Echter deze deegballetjes zijn zeer klein en worden na het frituren overgoten met honing. Zo wensen de Italianen je een zoet (vredig) Nieuwjaar toe. En dat wens ik uiteraard ook een ieder toe.


29 december 2012

Kerst

Het is alweer Kerst. Dit jaar eens geen uitgebreide etentjes of snoeperijen, nee gewoon lekker rust en genieten van de vrije dagen. Uiteraard niet zonder de familie en zo heb ik de Kerstdagen doorgebracht bij mijn ouders. En natuurlijk niet helemaal zonder lekker eten, maar daar is het in mijn ogen niet echt Kerst voor nodig. Zo hadden we eerste Kerstdag wederom een kippetje van Rob Rijks en die is gewoon top van smaak. En uiteraard hadden we wel een paar kleine cadeautjes voor onder de boom. Een paar had ik zelf gemaakt, want daar maak je ouders altijd blij mee!  Zo had ik, al zeg ik het zelf, heerlijke stoofpeertjes ingemaakt. Ik had ze, uiteraard in een Italiaanse wijn (Sangiovese), gestoofd met goed peperige specerijen. Ook had ik clementines ingemaakt in een lichte siroop. Deze zijn altijd handig om in huis te hebben en echt overal lekker bij, een aanrader. Als laatste huisgemaakte fabricaat had ik de winterse cake panforte gemaakt. Panforte is een harde cake welke voornamelijk in de provincie Siena, Toscana, voorkomt. Voor enkele jaren geleden maakte nog veel huisvrouwen vanaf Oktober tot December deze cake thuis. Tegenwoordig koopt men hem liever. Zonde want je kunt er echt een eigen stempel op drukken. Een uniek recept bestaat voor deze koek namelijk niet. Elk dorp, stad en of persoon heeft zo zijn eigen recept. Ik had er een gemaakt met een ruime hoeveelheid amandelen, wat hazelnoten en walnoten, gekonfijte sinaasappelstukjes, wat gedroogde vijgen, bloemenhoning, iets rietsuiker en bloem en veel warme specerijen. Denk hierbij aan kaneel, foelie, peper etc.
Men vermoed dat de cake voor het eerst gemaakt is rond de dertiende eeuw en een afgeleide is van de pan pepato en of melatello. Een soort focaccia gevuld met honing en seizoensfruit.
De gedroogde vruchten hebben de neiging de cake een iets zuurachtige smaak te geven wat de naam "pane forte" verklaard, namelijk zuur brood. Er bestaan twee versies, een "zwarte" en een "witte". De donkere is origineler en is waarschijnlijk in eerste instantie gemaakt met geroosterde amandelen, walnoten, gesuikerde en gedroogde sinaasappel en meloen, specerijen waaronder kaneel en koriander, suiker en bloem. Het werd en wordt nog steeds gevormd tot een plat rond brood, met bloem en kaneel bestrooid en gebakken in de oven. Of men de panforte wel of niet tussen ouwel of rijstpapier bakte, is onbekend. Gezien de periode, denkt men dat de bloem destijds de bescherming tegen uitdroging gaf. De lichtere variant, ook wel panforte Margherita genoemd, is er sinds 1829. Deze is gecreëerd ter ere van Margherita di Savoia. Zij hield niet van meloen en zodoende werd dit vervangen door citroen. Op vanille was ze verzot en uiteraard kwam dat op de lijst van de ingrediënten. De banketbakker Parenti ontwikkelde iets eerder, namelijk in 1820, een variant met chocolade. De rijke dames vonden de smaak van chocola zeer verfijnd in de robuuste cake en zo ontstond de panforte delle dame of panforte al cioccolato. De kokkinnen en huisvrouwen maakten ieder een eigen versie met de vruchten en noten welke zij lekker vonden of waar ze de beschikking over hadden.
Ik had zelf de meest traditionele versie, de donkere, gemaakt en hij was heerlijk. Al had ik hem iets te lang in de oven gelaten en was hij iets te compact geworden.
Overigens had ik de dag voor Kerst ook nog een klein cadeautje voor mezelf gemaakt. Ik had gedroogde vijgen ingemaakt in vin santo, de zoete wijn uit Toscana. Als ik het ga gebruiken, zal ik laten weten hoe het smaakte.
Nu genoeg over de Eerste Kerstdag want de Tweede Kerstdag hebben we bij Pianeta Terra in Amsterdam gegeten. Onderhand zijn de namen van Fabio en Laura bekend en zo ook mijn liefde voor dit plekje. Fabio had me gewaarschuwd dat het niet een Kerstdiner zou zijn maar dat heeft de pret niet mogen drukken. Het eten was lekker en inderdaad geen typisch Italiaanse Kerst. Voordat ik een kleine "bloemlezing" ga geven van wat we hebben verorberd  (en dan begon ik het verhaal nog wel met dat we het rustig aan hebben gedaan...) eerst een typisch Italiaans menu voor de Kerst. Zo makkelijk is dat trouwens niet want Italië is uiteraard pas 150 jaar een land en zo zijn de gebruiken overal verschillend. In de meeste gevallen begint men op Kerstavond met een licht menu, meestal vis en dan vooral Baccala (gedroogde en gezouten kabeljauw). Dit is ontstaan uit een soort boetedoening. In Italië speelt de religie namelijk nog steeds een grote rol bij de feestdagen en dit is zeker het geval bij Kerst. Over de afzonderlijke gebruiken kun je een boek vol schrijven maar ik hou het kort. Zo begint een gemiddeld kerstmaal meestal met gevulde pasta in bouillon, gevolgd door een gecastreerde haan genaamd kapoen. Echter zijn deze tegenwoordig steeds moeilijker te verkrijgen dus heeft de kalkoen ook zijn intrede op de Italiaanse tafel gedaan. De kapoen of kalkoen is in de meeste gevallen gevuld met gedroogd fruit of met kastanjes, vlees en kaas. Zoete broden, eerder cakes, zijn er in vele gedaante en allen eren ze van origine een heilige of hebben een andere christelijke oorsprong. Deze cakes worden als dessert en de volgende ochtend als ontbijt gegeten. Zo ook de eerder genoemde panforte. Nu genoeg traditie in Italië en op naar de Kerst in Amsterdam.
Uiteraard begon het diner met een glas Prosecco en als amuse kregen we daar een gefrituurde polpette bij, gemaakt van snoekbaars uit het IJsselmeer. Polpette is een verwijzing naar een klein balletje. In deze versie kun je het met een bitterbal vergelijken. Het krokante van buiten en het zachte ziltige van binnen was heerlijk en eetlust opwekkend. Als antipasti hadden we gekozen voor de burrata (soort mozzarella met room erin) omwikkeld met wat radicchio, een paté van een Veluws kalf en oesters uit de Waddenzee. Allen in perfecte balans. De romige kaas ging een goede match aan met de bittere radicchio en de fluweelzachte paté smaakte perfect met de ziltige kappertjes. En de oesters, die zijn subliem in hun eenvoud.



Ook werden we nog verrast met een huisgemaakt worstje van parelhoen omwikkeld in een radicchio blad. Hier was de balans echter wat zoek. Het bittere blad overheerste en het uitmuntende worstje die de hoofdrol zo verdiende, vervaagde een beetje.
Op naar de primi. Daar hadden twee van ons gekozen voor gnocchi verrijkt met een vleugje cacaopoeder en geserveerd met een varkensvleessaus. Varkensvlees heeft van nature een al wat zoetige smaak, zeker als je het stooft. Als je het dan eet samen met het vleugje bittere van de cacao dan heb je een perfect huwelijk. Een perfecte combinatie is die ook van verse tagliolini (dunne lange eierpasta) met vers eekhoortjesbrood en zwarte truffel. De herinneringen van de reis naar Piemonte kwamen dan ook weer snel boven. 
Na een kleine adempauze begonnen we aan de secondi. Daar was de keus gevallen op hertenbiefstuk met linzen en rode kool, fazant omwikkeld met lardo di Collonata geserveerd met cavolo nero en zeetong. Hierbij zat wat gebakken venkel en snijbiet. De foto's spreken voor zich, uitmuntend!


Raul, de fantastische sommelier, had een hele mooie wijn uitgekozen. Misschien niet bij de tong maar voordat ik daar aan begon, zat ik qua wijn al ruimschoots aan mijn taks. Moest tenslotte nog ruimte overhouden voor mijn geliefde grappa. Dit keer kregen we een wijn uit Piemonte, le Grive van wijnhuis Forteto della Luja. De wijn bestaat voor 80% uit Barbera en 20%  is Pinot Noir. Het besachtige van de Barbera krijgt door de Pinot Noir een meer frisse en elegante smaak. Een echte "geniet"wijn.  
Voordat we alleen al ons konden afvragen of we een dessert namen, kwam er al een kaasplankje aan. Hierop vier Slow Food Presdia kazen met daarbij een heerlijk dessert wijntje, de naam is me ontschoten. Fabio dronk er een mee en liet ons weten dat we absoluut, als zoetige noot, de panna cotta moesten nemen. Het was dit keer gemaakt van verse ricotta. Een panna cotta zo licht, zo stevig en zo zacht. Alles in een! Na hier ook genoten van te hebben was het toch echt tijd voor een espresso en een grappa. En zo sloten we een heerlijke Kerst af.