4 juni 2015

Cece, een allemansvriend

Cicer Arietinum, cece of kikkererwt. Ik vind de naam voor deze peulvrucht werkelijk in elke taal even mooi. Waar ze vandaan komen is niet helemaal duidelijk maar dat we aan het Oosten moeten denken dat staat vast. Op dit moment strijden het noorden van Iran en het zuidoosten van Turkije om de eer. In iedergeval is de kikkererwt de eerste peulvrucht die in het nu huidige Italië verspreid werd. De Romeinen waren er zo dol op dat er zelfs een familienaam na is vernoemd " Cicero". Met recht mag je dat een culinaire familie noemen.
De cece voelt zich thuis in verschillende omstandigheden en past zich gemakkelijk aan. Toch heeft een warm en droog klimaat de voorkeur. De crèmekleurige erwt heeft een hoge voedingswaarde en is, verexcuseer me voor het woord, een ware superfood. Ze kunnen vers of gedroogd (na het weken) gegeten worden.
In Italië groeien er vele rassen voornamelijk die van het soort kabuli, dat wil zeggen de rassen met de grote zaden. Zo heb je er de cece abruzzese, cece del solo dritto di Valentano (Viterbo), ceci laziali, cece di Merella (Novi Ligure), cece siciliano, cece di Grosseto, cece di Orco Feglino (Savona), cece piccolo del Valdarno, cece nostrale (Toscana) en het smakelijke buitenbeentje de cece nero della Murgia (zwart van kleur, Puglia).
 
De erwt is in diverse vormen te koop. Gedoogd, vers, blik of meel. Van kikkererwten meel worden er de meest fantastische traditionele gerechten gemaakt. Denk hierbij aan de farinata of panelle. Als ik het alleen daarbij houd, doe ik farina di ceci tekort. Dus in de toekomst meer over dit veelzijdige meel.
Maar ook met de kikkererwt kun je alle kanten op. Van Noord tot Zuid, elke Italiaan weet er wel een smakelijk gerecht mee te maken. En dan variëren die gerechten ook nog eens van zoet tot hartig. Deze erwt is echt een allemansvriend. Zo heb je er diverse soepen mee bijvoorbeeld zuppa di ceci del solo dritto. Soep met kikkererwten en tomaat uit Lazio. Uit Siena komt zuppa di ceci e farro en uit de Abruzzo komt zuppa di ceci con castagne.
Dan is er nog zemin di ceci uit Liguria. Een dikke soep met buiten de erwt een legio aan groenten, van pompoen tot snijbiet, van aardappel tot prei. En dan vergeet ik de zwoerd en varkensribbetjes.
Uit Liguria komt ook de mes-ciùa. Wederom een dikke soep maar dan met meerdere peulvruchten en spelt of tarwe. Het is een soep dat "mengsel" betekent. En is ontstaan in tijden van armoede toen de vrouwen op de kade de achtergebleven bonen en granen zochten die de schepen bij laden en lossen hadden verloren. Zo kon ze haar gezin toch een voedzame maaltijd voorzetten.

De cece is zo geliefd dat het zelfs een ingrediënt is in soepen die ter eren van een speciale gelegenheid worden gemaakt. Zo gebruiken ze op Sicilia de erwt op 18 maart in macco di San Giuseppe. Met een soep bestaande uit allerlei gedroogde peulvruchten, wilde venkel, bernagie (komkommerkruid), tomaat en ui betonen ze hun eer aan de heilige. In de Monferrato en Langhe regio (Piemonte) maken ze op Allerzielen de soep cisrà en door deze te eten eren ze de doden. De geweekte cece worden gekookt met salie, knoflook en zwoerd. Als deze gaar is, wordt er peper op gestrooid en schenkt men er olie, in een vorm van een kruis, over.
Zelf heb ik ooit ook een "Allerzielen" soep mogen eten. Alleen was dit niet op 2 november maar in oktober. Het was in Milaan bij l'osteria del Treno. Daar maken ze namelijk ceci con la tempi di maiale. Ze koken eerst het kopvlees van een varken voor. Als dat ongeveer een halfuur is voorgekookt voegen ze het vlees toe aan een pan met soepgroenten en varkensribbetjes. Dit laten ze wederom een klein uurtje pruttelen. Tenslotte voegen ze nog, met salie en of rozemarijn, voorgekookte kikkererwten toe en laten het nog een half uurtje verder garen. Ze halen het vlees uit de pan en serveren dit als tweede gang. De soep is intussen een dikke brij geworden en deze kreeg ik als eerste gang te eten. Uiteraard op smaak gebracht met een goede scheut olie. Wat was ik blij dat ik nog bij de levende hoorde en van deze soep kon genieten.

Zoals ik al eerder aangaf, worden de cece ook gebruikt in zoetigheden. In Basilicata gebruiken ze de erwt in de, in olie gefrituurde, deegpakketjes calzone di castagne. De vulling bestaat uit een puree van kastanjes en kikkererwten, wat cacao, kaneel, suiker en de likeur maraschino. In Calabria maken ze ook zulke dergelijke pakketjes. Alleen dan worden die in boter gebakken en bestaat de vulling uit een puree van kikkererwten, honing, likeur, kruidnagel, kaneel en citroenzest. Ze heten cicirata.
Tenslotte wil ik het nog hebben over cece di Cicerale. Een kikkererwt uit het stadje Cicerale in het gebied van de Cilento (Campania-Salerno). In 2012 op de Salone del Gusto heb ik daar de vriendelijke Anna Mele van casale Denazzano ontmoet. Zij is nog een van de weinige producenten van deze bijzondere kikkererwt. Zij vertelden me dat wat ooit de belangrijkste bron van inkomsten en zelfs van voedingsstof (eiwit) was, tegenwoordig nog maar geteeld wordt door een aantal boeren. Tegenwoordig samengebracht in een soort van coöperatie Ciceralit. De reden van deze achteruitgang in de productie is dat het arbeidsintensieve oogst is. Als de zaden aan de struik volgroeid zijn, laten de telers ze hangend drogen. Als ze eind juli volkomen droog zijn, dan komen de juten zakken te voorschijn. Deze worden om de struiken gedaan en met grote houten stokken slaan ze op de struik zodat de zaden vallen. Maar uiteraard valt er niet alleen zaad, ook andere takjes en bladeren komen naar beneden. Alles wordt dan vervolgens op de grond handmatig uitgezocht. Uiteraard vroeg ik haar waarom er dan geen machines ingezet worden zoals dat tegenwoordig meer gedaan wordt bij peulvruchten. Anna vertelde me dat het ruwe terrein en de geringe hoogte van de struik, het voor machines onmogelijk is het werk te doen. En misschien de belangrijkste van deze oogstwijze is, dat ze de traditie van de handmatige cece oogst in eren willen houden. Tenslotte staat er een kikkererwt in het wapen van de stad Cicerale en gaat er sinds de Middeleeuwen al de spreuk rond "terra quae cicero alit" (het land wat de kikkererwt voedt). Als dat geen goede reden is, vindt Anna. Maar zoals trotse Italianen doen, hechten ze er ook culinaire waarde aan. Ze zijn namelijk iets kleiner van formaat, goudkleurig met lichte bruine tinten en hebben een intense smaak. Bij het proeven kon ik dat zeker beamen al vond ik het verhaal misschien nog wel interessanter. 
Uiteraard vroeg ik ook Anna naar haar favoriete gerecht met de cece di Cicerale. Zij vond dat ze het best tot zijn recht kwamen in Lagane e ceci. Een typische soep van pasta en bonen uit het Zuiden van Italië. De oorspronkelijke naam van de pasta is làina of làane en dit is een soort korte tagliatelle van ongeveer 3 bij 10 cm lang. Je maakt ze ook gewoon van het standaard verse eierpasta recept (100 gram bloem met 1 ei) net zoals je dit bij verse tagliatelle doet. De kikkererwten zet je op en als ze bijna gaar zijn voeg je pasta toe en wat teentje knoflook gebakken in de olie met wat paprikapoeder. Pasta klaar betekent opdienen! Voor 4 personen heb je circa 200 gram bloem, 2 eieren, 165 gram kikkererwten en twee knoflookteentjes nodig. Cucina povere blijft simpel en smakelijk.
Toevallig heb ik gisteren ook weer heerlijk cece gegeten. Een puree van de boon onder een vis, vind ik namelijk echt heerlijk. Zo had ik dit keer  inktvisjes gevuld met gebakken blokjes courgette en tomaat. Op zo'n geel bedje met nog wat gebakken aubergine is dan misschien niet cucina povere maar wel erg lekker.





29 mei 2015

25 Mei Marsala

Het is alweer de laatste dag dat we wat kunnen ondernemen. En dat we wat bijzonders gaan ondernemen dat weten we eigenlijk al. Want het staat vast dat we weer heerlijk gaan eten bij Le Lumie en we hebben daarna ook nog een wijnproeverij bij een van de grootste wijnmakers van Italië. Een dag die in mijn geschiedenisboek gaat komen. Om dat we de stad Marsala deze vakantie nog niet bezocht hebben, beginnen we daarmee. We bekijken de mooie oude binnenstad en brengen een bezoekje aan de Antico Mercato. De visvangst is niet grootst maar vers is deze wel. Wat benijd ik toch al deze mensen die dagelijks zulke mooie producten mogen en kunnen kopen. Maar klagen doe ik zeker niet, tenslotte wie kan en mag zo genieten van alles wat ik deze week doe? Een geluksvogel, dat ben ik.
Na rondgedwaald te hebben in de stad en gekeken te hebben bij enkele archeologische opgravingen, begeven wij ons naar de auto. Op naar Emanuele, op naar le Lumie. Ook nu weer ben ik diep onder de indruk van de stek en vooral van het eten. Want ook nu weer worden we verwend met al het lekkers Marsala, de provincie Trapani, Sicilië ons weet te bieden. Elke antipasto, primo, secondo, contorno, dolci, alles klopt en is in perfectie uitgevoerd. Ondanks dat we later deze dag nog een proeverij hebben, nemen we toch een mooie fles wijn. Een grillo van het wijnhuis Foderà. Het is het wijnhuis waar we vanaf onze tafel op kijken, hoe 0 kilometer zone wil je het hebben? We zijn zo aan het genieten dat we niet door hebben dat het al snel 15.00 uur is. En laten we nu om 15.30 uur de wijnproeverij hebben. Snel nemen we nog een caffè en afscheid van de fantastische ober en Emanuele. Deze heren ga ik zeker nogmaals zien.
De tomtom geeft aan dat het 30 minuten is rijden. Dat houdt dus in dat we het niet redden om op tijd bij Marco de Bartoli te zijn. Mijn vader wil dat niet laten gebeuren en zet de vaart er in en de Fiat doet graag met hem mee. Gelukkig is er nog bijna niemand op de weg en houden de meeste mensen nog de siësta. Hoe hij het doet weet ik nog steeds niet, maar om 15.27 uur staan we voor het wijnlandgoed van Marco de Bartoli. We worden welkom geheten door Marilena. Zij gaat ons alles vertellen over de helaas veel te vroeg overleden Marco de Bartoli. Over zijn visie, zijn drive, zijn ambacht en over zijn kinderen die inmiddels de wijngaard bestieren. En uiteraard over de mooie wijnen welke ze produceren. Beginnen doen we bij de wijnranken dan de wijnvaten en eindigen doen we bij de wijnkelder. We krijgen de verschillen van de bodem te horen van Marsala en van Pantelleria. Want daar hebben ze ook een wijngaard. Het productieproces van de verschillende wijnen wordt uitgelegd en nog veel, veel meer. Ik zou uren door kunnen gaan. Na al de uitleg is het tijd voor het echte werk, het proeven. Of is het eerder het genieten en drinken? Elk glas van de zeven wijnen die we krijgen te proeven gaat leeg terug. En echt kleine slokjes waren het zeker niet. We proeven Terzavia Methodo Classico, Pietranera, Grappoli di Grillo, Vecchio Samperi, Marsala Superiore 10, Marsala Superiore Oro 5 en Bukkuram Passito di Pantelleria Padre Della Vigna. Ik bevind me in hogere sferen en echt niet alleen door de alcohol. Fantastisch. Helaas ben ik met het vliegtuig en kan ik de wijnen ook niet laten verschepen. In Nederland wordt wel een klein assortiment verkocht maar niet degene die ik het lekkerst vind. Gelukkig biedt Marilena me een optie aan die ik zeker in overweging ga nemen. Wat voor optie dat is...wie weet hoor je dat nog. Ruimte in mijn koffer heb ik nog een beetje en er gaat een Vecchio Samperi en een Bukkurum Passito Padre Della Vigna mee naar huis. Ook koop ik nog twee pakken pasta busiate Integrale. Het is van het graan Perchiasacchi en heeft op de velden gestaan om de grond vruchtbaar te maken voor de grillo druif. Filippo Drago van Molini del Ponte, de molen die helaas afgelopen week gesloten was, heeft het graan gemalen. Pastificio Eocene uit de plaats Salemi heeft de pasta gemaakt. Dat gaat genieten worden thuis in mijn Amsterdamse flatje.
Een tikje aangeschoten, uiteraard niet mijn vader, verlaten we de wijngaard en realiseren ons dat de vakantie er bijna op zit.
Bijna op zit, want we hebben nog een diner te goed. Na het inpakken van de koffers gaan we aan tafel voor ons afscheidsdiner. Ook nu weer overheerlijk. Maar wat dit diner extra bijzonder maakt is dat een van de obers ons een fles wijn wil aanbieden. We krijgen van hem de wijn Il Ribeca van wijnhuis Firriato te proeven. Een wijn van de authentieke druif perricone. Hij wil ons bedanken voor de afgelopen week. De tranen staan ons en hem in de ogen, wat een mooi geschenk. Ook van de kok Nino, de eigenaar Giuseppe en de andere vaste ober nemen we afscheid. We zullen hen gaan missen.

Dinsdag 26 mei gaan we al vroeg ontbijten. Om 8.30 uur moeten we al de auto inleveren en op het vliegveld zijn. Het is zo moeilijk om afscheid te nemen. Het is wel fijn te zien dat Trapani ons gaat missen, het regent namelijk. Wat ga ik Vultaggio, de mensen, het eten, de wijnen, de natuur ongelooflijk missen. Ook de vogels die al 's ochtends om 5.30 uur begonnen met tsjilpen, alles zal ik voor eeuwig koesteren. Lieve mama en papa, bedankt voor deze schitterende reis. Dit samenzijn ga ik nooit meer vergeten.

24 Mei Sciacca

Het is zondag en ook nog eens eerste Pinksterdag. We verwachten dus topdrukte in de mooie stad Sciacca. Eenmaal daar aangekomen, valt het reuze mee. Pinksteren lijkt hier niet gevierd te worden en het is een normale zondagse drukte. We lopen wat rond door het historische centrum en we dalen af naar de vissershaven. Dalen af, want de haven ligt een stuk lager dan de oude stad. Een mooie lange trap brengt je er en we genieten daar van de vissersbootjes die weer verse vis aan wal brengen. Als we weer naar boven klauteren lijkt het of de stad in slaap is gevallen. Iedereen is weg en blijkt te zijn begonnen aan de belangrijke zondagse pranzo.
Ook wij gaan maar eens ons restaurant opzoeken want de buikjes laten weer van zich horen. Ik heb voor de zekerheid gereserveerd al lijkt dat nu nog niet nodig te zijn geweest. Hier in Sciacca kiezen de mensen ervoor de pranzo thuis te eten. We krijgen een warm welkom bij Hostaria Del Vicolo. Nico Bentivegna is een meesterlijke gastheer en hij vertelt enthousiast over zijn Sicilië, zijn Sciacca en al de mooie producten ze hebben. Fijn om mensen te vinden waar ik mijn Italiaanse cibo obsessie mee kan delen. En dan het eten. Het gaat wat afgezaagd worden en ik durf het woord "hemels" eigenlijk al niet meer te gebruiken. Maar het was daadwerkelijk hemels. Ik zal je ook bij dit restaurant besparen van wat we allemaal mochten genieten en alleen de foto's laten zien. Maar geloof me, het was topniveau eten. We namen een glaasje huiswijn en een plaatselijke bier te drinken, beiden ook subliem.  Wat een feest. Toch wil ik een ding wel delen en dat is het brood dat geserveerd werd. Het waren vier verschillende broden allemaal van verschillende biologische antieke granen. Zo hadden we brood van de granen Tummimia, Russello, Maiorca en Perciasacchi. Ongelooflijk dat graan zo verschillend kan smaken. Nico probeert ook nog een bezoek te regelen bij de wijnmaker Nino Barraco, maar helaas, Nino is er niet. De volgende keer dus maar.
Vol levensenergie verlaten we Hostaria Del Vicolo en maken nog een mooie wandeling in Sciacca langs de boulevard. Het leven in Sciacca lijkt ook weer te zijn begonnen en de mensen komen de straat weer op. Maar van Pinksteren nog steeds geen enkel spoor. We zoeken de auto op en rijden rustig terug naar Vultaggio waar mijn moeder en ik nog even een rondje maken door de graan en wijnvelden. Hoe we het voor elkaar krijgen weet ik echt niet maar ook deze avond genieten we weer van al het lekkers dat Nino D'Ambrogio ons voorzet. En de wijn dat is deze avond de Etna Rosso van Azienda Agricola Irene Badalà. Wat ben ik een gezegend mens, ongelooflijk!

23 Mei verjaardagstaartje in Erice

Zaterdag 23 mei, mijn lieve moeder wordt vandaag 65 jaar. Beginnen doen we deze dag uiteraard met een verjaardagslied en haar verwennen. Daarna ontbijten en de auto pakken om op weg te gaan naar Erice. Hoe hoger we komen, hoe kouder het wordt. Het oude centrum Erice ligt op de top van de 750 meter hoge Monte San Giuliano en zo in het voorseizoen kan het er knap koud en winderig zijn. En toeristisch, want voor het eerst deze week zien we hier groepen Duitse en Amerikaanse toeristen lopen. Uiteraard logisch want het uitzicht is misschien wel het mooiste van heel Sicilië. Helaas is de lucht wat bewolkt maar ondanks dat kunnen we toch heel mooi de zoutpannen en de Egadische eilanden zien liggen. Op deze verjaardagsdag komen we hier natuurlijk niet alleen voor het uitzicht, we komen voornamelijk voor de zoetigheid. Al vaker heb ik mogen snoepen van de lekkernijen van de Grand Lady van de pasticceria, Maria Grammatico en altijd ben ik weer ontroerd. Wat deze dame heeft neergezet, is iets boven natuurlijks. Misschien heeft de tijd in het klooster San Carlo haar wel goddelijke krachten gegeven. In het klooster heeft ze in iedergeval de zoetigheid leren maken. Bij binnenkomst wordt je direct getrokken naar de toonbank en raak je de weg kwijt in wat je nu moet kiezen. Toch hebben we snel onze keuze gemaakt en snoepen ervan aan het kleine tafeltje achter in de zaak. Dan komt Maria binnen en op de een of andere manier lijkt ze me te herinneren. Wat een eer, tenslotte wordt deze dag dagelijks bezocht door vele fans. Na even een knuffel gaan we verder want naar een koffie snakken we nu  helemaal. Bij Maria kun je namelijk alleen maar amandelmelk krijgen, hoe fantastisch.
Na nog wat rondgedwaald te hebben door het mooie stadje, dalen we weer af naar Trapani. Daar willen we namelijk een hapje gaan eten. We gaan naar Cantina Siciliana. Pino Maggiore en zijn zussen koken er klassieke Trapanese gerechten. Net voordat wij de zaak willen binnengaan, komt de visbezorger langs met de laatste vangst. We zijn dus verzekerd van het meest verse wat je maar kunt krijgen. We genieten volop, zelfs zo intens dat ik zijn bekendste en lekkerste gerecht vergeet te fotograferen; cuscusu di pesce alla Trapanese.
Alles is heerlijk al moet ik eerlijk toegeven dat ik er in de voorgaande jaren toch nog lekkerder heb gegeten. De volgende keer dat ik in Trapani ben, sla ik Cantina Siciliana over en ga ik iets anders proberen.

De zon is knap gaan schijnen terwijl wij in de cantina waren. Als we naar buiten komen, lijkt het dan ook of heel Trapani is uitgestorven en naar het strand is gegaan. Ook wij hebben niet zo veel zin om in de stad te lopen en besluiten een ritje naar San Vito Lo Capo te maken. San Vito is ook vandaag weer een levendige badplaats en wordt overspoeld door Italiaanse zonaanbidders. Wij zijn alle drie niet zulke strandaanbidders en kiezen daarom een heerlijk terrasje met uitzicht op het vliegerfestival wat er dit weekend plaatsvindt. Groot en klein, iedereen lijkt zich te vermaken met de mooiste vliegers. Na nog een drankje genomen te hebben, gaan we weer terug richting Vultaggio.
Als we de avond af willen sluiten met wederom een lekker diner lijkt of heel Trapani naar Vultaggio is gekomen. Het blijkt de normaalste gang van zaken te zijn hier in het weekend. Heel gezellig en we krijgen ook allen nog een lekker extra hapje namelijk Macco. Hier is het gemaakt van kikkererwten, wilde venkel en pecorino. Het smaakt voortreffelijk en zeker ook met het brood erbij. Vultaggio staat namelijk niet alleen voor lekkere pasta's en vleesgerechten bekend. Sinds een goed jaar maken ze tevens fantastische houtovenpizza's. Ze gebruiken hier voor pasta madre en alleen meel van oude antieke Siciliaanse granen. Het deeg krijgt ook de tijd om te rusten, miniaal 24 uur. De pizza's vinden dan deze avond ook gretig aftrek. Wij genieten van de pasta en het vlees en vooral van een mooie witte wijn Beleda van Cantine Rallo. En uiteraard sluiten we deze mooie verjaardagsdag, als ik mijn moeder mag geloven, af met de hemelse Marsala Superiore Riserva 1987 van Marco de Bartoli.



22 Mei de zoutwinning

Op de Salone del Gusto hadden we kennisgemaakt met de heerlijke liquore di melone Cartucciaro en nog met meer lekkere producten van Francesca Simonte. Reden voor ons om haar een bezoek te gaan brengen in Paceco. Daar aangekomen kregen we van een mede dorpsgenote dat Francesca er niet was, familieomstandigheden. Toch wat rondgelopen in het kleine dorpje en genoten van de mooie landbouwvelden. Vervolgens besloten we nogmaals een kijkje te nemen bij het museo del Sale in Trapani. Ook al hadden we het museum al bezocht, van de mooie zoutvelden kunnen we geen genoeg krijgen. Het blijft een indrukwekkend gezicht als je al die zoutbergen ziet liggen. Na ook hier wat rondgedwaald te hebben, rijden we richting Marsala. Onderweg ergens stoppen voor een koffie hoort daar uiteraard ook bij en dan kun je soms zomaar verrast worden. Zo werden we dat dit keer door de fantastische zoetigheden die deze bar maakten, zomaar ergens in een buitenwijk van Marsala.
Na een kleine wandeling langs de kust, voelen we onze magen alweer knorren. Of zal het de gulzigheid zijn, die zich laat horen? In iedergeval besluiten we om het restaurant Le Lumie te gaan bezoeken en de middag verder door te gaan brengen in de stad. Le Lumie is namelijk niet in het centrum en dus moeten we nog een kleine trip maken naar een andere buitenwijk van deze grote gemeente. Niet wetende waar we terechtkomen, belanden we in een soort filmsetting. Wat een stek, hoog op een berg, uitkijkend op de zee. Bij binnenkomst zijn wij de enige en worden daarom persoonlijk welkom geheten door de chef Emanuele Russo en de ober. Wat een enthousiasme en wat een liefde voor zijn Sicilië. Na wat gepraat, nodigt Emanuele ons uit om na het eten een kijkje te nemen in zijn tuin. Nu eerst tijd voor pranzo want er komen nog wat andere gasten aan. Ik ga je niet vertellen wat we gegeten hebben, het is namelijk te jaloersmakend. Daarom alleen de foto's en dan weet je genoeg. Goddelijk, hemels!
En dan heb ik het nog niet over de wijn en de marsala beiden afkomstig van Marco de Bartoli. We drinken een Pietranera, van de druif Zibibbo, en de marsala Superiore. Met de wijnen van Marco de Bartoli ben ik al een beetje bekend door mijn geliefde restaurant Pianeta Terra in Amsterdam. En om deze reden extra gelukkig als Emanuele aanbied om een proeverij te regelen bij de Bartoli. Na gebeld te hebben, horen we dat we er maandagmiddag 25 mei terecht kunnen. Mijn vader besluit dan direct om voorafgaande daaraan hier nog een keer te eten. Iets wat mijn moeder en ik niet hadden zien aankomen maar dolgelukkig mee zijn. 
Als de overige gasten Le Lumie hebben verlaten, gaat Emanuele met ons de tuin in. De tuin wordt goed onderhouden door zijn vader en we zien er verschillende heerlijkheden. Kappertjesstruiken, aubergine, courgette, kruiden, artisjokken, kardoen en ga zo maar door. Een snoepwinkel voor een groente liefhebber zoals ik die ben. We bedanken Emanuele voor deze mooie belevenis en verheugen ons nu alweer op maandag.
Inmiddels is het alweer 16.00 uur en we besluiten niet meer richting het centrum van Marsala te rijden. Dat verschuiven we naar maandagochtend als we toch hier heengaan. We rijden rustig terug via het andere zout museum, museo del sale Mozia. Ook hier weer de mooie zoutvlaktes en het lekkere zout waar ik uiteraard wat zakjes van koop. Ook zien we grote groepen kitesurfers waar we dan ook nog een kijkje gaan nemen. Thuisgekomen doen mam en ik weer ons dagelijkse ronde en schuiven tenslotte weer met zijn drieën aan tafel bij Vultaggio. De wijn deze avond dat is een pignatello van wijnhuis Barraco.


21 Mei Ribera

Vandaag, donderdag 21 mei is het dan eindelijk zover. Ik ga de mannen van Contadini per passione ontmoeten. Al enige tijd heb ik contact met hen via het internet. Op de Salone del Gusto waren we elkaar misgelopen maar dit is nog een veel betere plek om elkaar te ontmoeten. We hadden om 11.00 uur afgesproken dus dat hield in op tijd weg uit Trapani. In Ribera wonen en werken ze en dus daar hebben we ook afgesproken. De tomtom bracht ons in Ribera maar het adres van Marco en Paolo konden we niet vinden. Bellen dus, maar helaas geen bereik. Dan maar op zoek naar ze en dus op straat vragen of iemand de broers kent. Al direct werd ik doorverwezen naar de apotheek Ganduscio. Helaas ook daar niemand die ze kent. Maar na wat getelefoneer over en weer stond Paolo binnen 10 minuten op de stoep. Hij bleek dichtbij de apotheek te wonen. Buiten in de auto zat ook Marco en zo werden we allen in de kleine Ford gestopt op weg naar eerst een koffie. En dit moest en zou gebeuren bij bar Barbera in Ribera. Want daar hadden ze en de lekkerste koffie en de lekkerste taartjes met fragolini di Ribera. In de komende tijd zal ik daar nog wel eens meer over vertellen. Ik werd direct voorgesteld aan iedereen en ik voelde me opeens heel belangrijk. Na wat gepraat over hen, Ribera, Contadini per passione, Slow Food en eten, gingen we op weg. Het was zo gek gevoel, maar het leek of ik de twee al jaren kenden, heerlijk is dat. Ook mijn ouders genoten zichtbaar en renden overal achteraan. We reden door de verschillende valleien en namen een kijkje bij hun zojuist aangeschafte olijfgaard. Buiten de olijfbomen hadden ze ook een mooie mango boom, een bijzonder peer soort genaamd Sorbo, granaatappel en nog veel meer.
Na nog een mooie rit en veel uitleg over de omgeving namen ze ons mee naar Caltabellotta, een klein  bergdorp zo 1000 meter boven de zeespiegel. Hier werden we verwend met een pranzo bij M.A.T.E.S. De familie Augello zijn uiteraard ook weer bekenden van de mannen en daarom geen kaart maar een constante aanvoer van het heerlijkste contadini voedsel. Een antipasti met onder andere caciocavallo, salsiccia secca, caponata, wilde groente, frittata en een ricotta ovina, schapenricotta, die met geen pen te beschrijven is. Gevolgd door een verse busiate met een saus met aubergine en guanciale, een risotto met courgette, saffraan en andere lentegroente en tenslotte nog eens een vleesschotel. Daarop salsiccia sulla griglia, castrato, agnello en nog veel meer. En dan verlangen ze dat je ook nog ruimte vindt voor een cannolo wederom met de heerlijke ricotta. De huiswijn dronken we en uiteraard is dat een nero d'Avola en tenslotte komt naast de caffe ook nog eens een amaro op tafel. Vol, moe, voldaan en super gelukkig rol ik naar beneden waar de auto staat geparkeerd. Dit is een dag die ik nooit meer ga vergeten.
Maar Marco en Paolo zijn nog niet klaar met ons. We moeten uiteraard de sinaasappels nog gaan bezichtigen. Ribera staat bekend om zijn sinaasappels en deze mannen produceren de lekkerste van al de producenten in Ribera. Of ben ik bevooroordeeld? De Washington Navel is het paradepaardje van Ribera. Ook daarover ga ik in de nabije toekomst nog wel wat vertellen. Want over deze twee vrienden raak ik nooit uitgepraat. Ook al is de tijd voorbij van de sinaasappels, zo tussen de bomen lopend vinden we er nog een paar. In de ogen van Marco en Paolo uitgedroogd maar in mijn ogen en vooral mond een nog steeds heerlijke sappige sinaasappel. Ook proeven we de nespole, de mispel, die we overal zien staan. Wat deze, in mijn ogen, helden hier hebben neergezet, is iets hemels. Het hof van Eden moet er vast zo hebben uitgezien. Het afscheid nemen valt me dan ook zwaar. Ik ga deze twee mannen, de plek en het fantastische werk van hen missen. 
Een ding weet ik zeker; dit afscheid is niet voor eeuwig. Ik ga ze vast spoedig wederzien en dat ik ga genieten van hun sinaasappels eind dit jaar, dat staat vast. Marco en Paolo bedankt voor deze onvergetelijke dag en voor al het lekkers jullie ons nog bij het afscheid meegaven.
De rit van Ribera naar Trapani terug was een mooie binnendoor rit via Castelvetrano. Hier komt het bekende brood pane nero di Castelvetrano vandaan. Het dorp en brood is bekend en daarom wilde ik alleen even langs Molini del Ponte om daar wat graan te kopen. Maar helaas, de molen was gesloten. Toch kon dit deze dag voor mij niet verpesten en zou ik mijn graan wel ergens anders zien te vinden.
Thuisgekomen bij Vultaggio zijn mijn moeders en ik nog even een rondje gaan lopen. Tenslotte moest er wat energie opgewekt worden voor het avondmaal. En je wilt het niet geloven, dit maal verdween weer smakelijk in onze monden. En de wijn? Deze keer was het een Bianco Maggiore van het wijnhuis Rallo, een grillo. 

20 Mei Favignana

Al vroeg wakker geworden door al het getjilp van de vogels voor de slaapkamer. Maar dit is absoluut geen ramp, zeker niet als je naar buiten kijkt en een stralende zon ziet. Na een goed ontbijt besluiten we om naar Favignana te gaan. Favignana is een van de 3 Egadische eilanden direct voor de kust van Trapani. De andere twee zijn Levanzo en Marettimo en zijn allen te bereiken met een veerboot. Het eiland wordt in het hoogseizoen overspoelt met toeristen en ook in de weekenden is het er erg druk. Een van de redenen daarvoor zijn de kleine stranden die rondom het eiland liggen. Nog een reden is de verse vis en dan vooral de tonijn. Op het eiland staat een grote oude tonijnfabriek van de Florio familie welke nu dient als museum. Overigens op deze woensdag 20 mei in het voorseizoen gesloten.
Na een mooie bootvaart komen we op het toeristische eiland aan. Veel souvenirwinkels met vooral ingeblikte tonijn, fietsenverhuur bedrijven en ijsshops. Vooral het zien van al die ingeblikte tonijn levert bij mij gemengde gevoelens op. Het gaat hier allemaal op de rode tonijn waar we toch wat zuinig mee moeten omgaan. In deze periode kun je best in deze regio een keer een stuk verse tonijn eten, maar om nu alles in te blikken. Overigens zijn sommige shops uiterst zwijgzaam over de herkomst. Na een mooie wandeling over het eiland komen we aan bij La Bettola. Een familierestaurant wat de heerlijkste visgerechten aanbiedt en zeker geen toeristen menu's heeft. We eten hier een heerlijke antipasti, pagello (zeebrasem), pesce fritto en twee soorten sfogliatelle.
Na de espressi gaan we nog wat ronddwalen over het eiland en zoeken tenslotte moe en voldaan een bankje in de haven op wachtend op de snelle Ustica draagvleugelboot  terug naar Trapani.

Weer terug thuis, maken mam en ik nog een kleine wandeling. We willen zoveel mogelijk genieten van deze mooie omgeving en daarnaast ruimte creëren voor weer een heerlijke cena. Deze maaltijd kozen we voor  een il Cerasuola di Vittoria van het wijnhuis COS. Wat zullen we vanavond lekker slapen.